waarmee sensibiliseerde Jezus de rovers: met Zijn wil, Zijn blik, Zijn woorden... als Messias? als God?
224.2
Maria Valtorta:
'"Neef, vertel me de waarheid. Wist Jij dat dit zou gebeuren?" vraagt Thaddeüs aan Jezus.
"Ik heb jullie al vaak verteld dat Ik harten lees en dat Ik, tenzij de Vader anders besluit, wel weet wat er moet gebeuren."
"Maar waarom maak Je dan soms fouten, zoals naar vijandige Farizeeën gaan, of naar vijandig gezinde steden?" vraagt Judas Iskariot.
Jezus kijkt hem aandachtig aan,
en zegt dan kalm en langzaam:
"Dat zijn geen fouten. Het zijn noodzakelijkheden van Mijn Missie. Aan een dokter hebben zieken een behoefte, aan een leraar onwetenden. Zowel de laatsten als de eersten wijzen soms de dokter of de leraar af. Maar zij, als ze een goede dokter en een goede leraar zijn, blijven naar degenen gaan die hen afwijzen, omdat het hun plicht is om te gaan.
Ik ga. Jullie zouden willen dat alle weerstand verdwijnt waar Ik ook verschijn. Dat zou Ik kunnen doen. Maar Ik dwing niemand. Ik overtuig. Dwang mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen worden gebruikt en alleen wanneer de geest, die verlicht is door God, begrijpt dat dat kan dienen om te overtuigen dat God bestaat en de sterkste is. Of in gevallen van meervoudige verlossing."
"Zoals gisteravond, hè?" vraagt Petrus.
"Vannacht waren die rovers bang toen ze ons klaarwakker zagen om ze te ontvangen!"
zegt Iskariot met duidelijke minachting.
"Neen. Ze werden overtuigd door woorden!" zegt Thomas.
"Ja! Geen zorg! Het zijn echt sensibele zielen die zich laten overtuigen door een paar woorden, zelfs die van Jezus! Ik weet nog dat ik, mijn hele familie en velen uit Bethsaïda werden aangevallen in de kloof van Adomin!" antwoordt Filippus.
"Meester, vertel me. Ik wilde Jou dit al sinds gisteren vragen. Maar waren het Jouw woorden of Jouw wil die ervoor zorgden dat er niets gebeurde?" vraagt Jakobus aan Zebedeüs.
Jezus glimlacht en zwijgt.
Matteüs antwoordt: "Ik geloof dat het Zijn wil was die de hardheid van die harten overwon, ze [de hardheid] haast verlamde, zodat Hij kon spreken en hen kon redden."
"Dat zeg ik ook. Daarom bleef Hij daar [eerst?] alleen, starend in het bos. Hij hield hen gevangen met Zijn blik, met Zijn vertrouwen in hen, met Zijn weerloze kalmte. Hij had niet eens een stok bij zich!" zegt Andreas.
"Goed. Maar dit zeggen wij allemaal. Dat zijn onze ideeën. Ik wil het van de Meester horen!" zegt Petrus.
Er ontstaat een levendige discussie - die Jezus laat voortduren - tussen degenen die zeggen dat, gezien Jezus heeft verklaard dat Hij niemand dwingt, Hij zelfs tegen deze dieven geen geweld zou hebben gebruikt, en Bartholomeüs zegt dit...
terwijl Iskariot, gesteund - weze het mild - door Thomas, zegt dat hij niet kan geloven dat de blik van een mens zoveel vermag.
Matteüs antwoordt: "Dat en zelfs meer dan dat! Ik ben door Zijn blik bekeerd, nog vóór Zijn woorden!"
Ja en nee zijn tegenstrijdig, heftig, ieder vasthoudend aan zijn eigen mening.
Johannes zwijgt net als Jezus.
En glimlacht, met gebogen hoofd, om zijn glimlach te verbergen.
Petrus herneemt de aanval, omdat geen van de argumenten van zijn metgezellen hem kan overtuigen. Hij denkt na en zegt dan dat Jezus' blik anders is dan die van ieder ander mens, en hij wil weten of dat komt doordat Hij Jezus is, de Messias, of doordat Hij nog steeds God is."'
Reacties
Een reactie posten