Woord, zoon van de Gedachte, is áltijd aan het werk - sabbat of niet
225.6
M. Valtorta:
'Ik weet niet of de genezen man uit eigen beweging naar de Judeeërs gaat,
of dat zij, terwijl ze op die plek zijn, hem tegenhouden,
om te vragen of de man die net met hem gesproken heeft,
degene is die het wonder heeft verricht.
Ik weet in elk geval dat de man met de Judeeërs spreekt
en dan weggaat, terwijl zij naar de trap gaan waarvan Jezus moet afdalen
om door de andere voorhoven te lopen en de Tempel te verlaten.
Zonder hem te groeten,
zeggen ze bij Jezus' aankomst tegen Hem:
"Dus U blijft de sabbat breken, ondanks alle smaad die U overkomt?
En U wilt gerespecteerd worden, als iemand die door God gezonden is?"
"Gezonden? Sterker nog, als Zijn Zoon! Want God is Mijn Vader.
Als jullie Mij niet willen respecteren, houd je vooral niet in.
Maar Ik zal Mijn Missie hierdoor niet staken.
Er is geen moment waarop God ophoudt met werken.
Ook nu werkt Mijn Vader, en Ik werk ook,
want een goede zoon doet hetgeen zijn vader doet,
en Ik ben gekomen om op aarde te werken."
Mensen komen dichterbij om het meningsverschil te horen.
Onder hen zijn mensen die Jezus kennen,
anderen die door Hem gezegend zijn,
anderen die Hem voor het eerst zien;
sommigen houden van Hem,
anderen haten Hem,
velen zijn onzeker.
De apostelen verzamelen zich rond de Meester.
Margziam is bijna angstig en staat op het punt te huilen.
De Judeeërs, een mengeling van schriftgeleerden, farizeeën en sadduceeën, roepen vol schandaal:
"U durft! Oooo! Hij noemt zichzelf de Zoon van God! Heiligschennis!
God is Hij die is, en Hij heeft geen zonen!
Roep toch Gamaliël erbij! Roep Zadok!!
Roep de rabbijnen, zodat zij dit kunnen horen en weerleggen."
"Wees niet zo opgewonden.
Roep hen maar, en zij zullen jullie vertellen - als het waar dat zij weten -
dat God één en drie-enig is: Vader, Zoon en Heilige Geest.
En dat het Woord - d.w.z. de Zoon van de Gedachte -
gekomen is, zoals geprofeteerd, om Israël,
én de wereld, van de zonde te redden.
Het Woord ben Ik.
Ik ben de voorspelde Messias.
Daarom is het geenszins heiligschennis
als Ik de Vader Mijn Vader noem."'
Reacties
Een reactie posten