Magdalena accepteert spot van Magdalieten




241.6

M. Valtorta:

'Ze gaan van boord waar

de mensen van de andere boot al van boord zijn.

Ze gaan de stad binnen.

De simpele, of... niet zo simpele, nieuwsgierigheid van de Magdalieten

moet voor Magdalena een ware marteling zijn.

Maar ze verdraagt ​​het heldhaftig, de Meester volgend die voorop loopt,

te midden van al zijn apostelen, met de drie vrouwen achter hen.

Het gefluister is luid.

En spot is niet afwezig.

Al degenen die, toen Maria nog de dominante vrouw van Magdala was, haar blijkbaar respecteerden uit angst voor represailles, veroorloven zich nu - nu ze haar zien en weten dat ze voor zich voor altijd heeft losgemaakt van haar machtige vriendinnen, zo nederig en kuis - zelfs minachting voor haar te tonen en onflatteuze scheldwoorden te gebruiken.

Martha, die hier net zo onder lijdt als zijzelf, vraagt ​​haar: "Wil je je terugtrekken in huis?"

"Nee. Ik zal de Meester niet verlaten. En voordat het huis gezuiverd is van elk spoor uit het verleden, zal ik Hem daar niet binnenlaten."

"Maar je lijdt, zuster!"

"Ik heb het verdiend."

En lijden moet geleden worden.

Het zweet dat parelt op haar gezicht,

de roodheid die haar nek bedekt,

het is niet alleen te wijten aan de hitte.





-boeteprocessie Veurne-

Ze doorkruisen heel Magdala, gaan naar de arme wijken,

tot ze het huis bereiken waar ze de vorige keer gestopt zijn.

De vrouw is verbijsterd wanneer ze, haar hoofd opheffend van de wastobbe om te zien wie haar begroet, oog in oog staat met Jezus en de bekende dame van Magdala, niet langer pompeus, niet langer met juwelen versierd, maar met haar hoofd gehuld in licht linnen, gekleed in purper, een hooggesloten, strakke jurk, zeker niet de hare, ondanks de moeite die het kostte om ze te vermaken, gewikkeld in een zware mantel die een marteling moet zijn in die hitte.


"Staat u Mij toe in uw huis te verblijven, en van hieruit te spreken tot hen die Mij volgen?"

Dat wil zeggen, tot heel Magdala, want de hele bevolking heeft zich achter de apostolische groep geschaard.

"En U vraagt ​​mij dat, Heer? Maar mijn huis is van U!"

En ze is meteen druk met stoelen en banken naar de vrouwen en de apostelen te brengen.


Als ze Maria Magdalena passeert, buigt ze als een slavin.

"Vrede zij met u, zuster," antwoordt die.

En de verbazing van de vrouw is zo groot, dat ze de bank die ze vasthield laat vallen. Maar ze zegt niets. Het voorval doet me vermoeden dat Maria haar onderdanen nogal hooghartig behandelde.

En de vrouw iss nog verbaasder, wanneer haar wordt gevraagd hoe het met de kinderen gaat, waar ze zijn en of de visvangst goed was.

"Het gaat prima met ze... Ze zijn op school, of bij mijn moeder. Alleen de kleine slaapt in de wieg... De vangst was goed. Mijn man zal u de tienden brengen..."

"Niet meer. Gebruik ze voor uw kinderen. Mag ik de baby zien?"

"Kom maar mee"...'


2 aug.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel