Margziam leert Magdalena het Onzevader 1
CCXL
IN BETHSAÏDA MET PORFIREA EN MARGZIAM
DIE MAGDALENA HET JEZUSGEBED LEERT
240.1
Maria Valtorta:
'De rust is teruggekeerd over het Meer van Galilea.
In feite is alles mooier dan voor de storm, omdat het stof is opgetrokken. De atmosfeer is volkomen helder en het oog, als het naar het uitspansel staart, heeft de indruk dat het is opgestegen, lichter is geworden... een bijna transparante sluier gespannen tussen de aarde en de pracht van het paradijs. Het meer weerspiegelt dit volmaakte blauw en glimlacht zachtjes met zijn turquoise water.
Het is het begin van de dageraad.
Jezus klimt, samen met Maria, Martha en Magdalena, in Petrus' boot.
Naast Petrus en Andreas, zijn ook de Zeloot, Filippus en Bartholomeüs bij Hem.
Mattheüs, Thomas, Jezus' neven en Iskariot zitten in de andere boot, samen met Jakobus en Johannes.
Ze varen rechtstreeks naar Bethsaïda. Een korte reis, gunstig door de wind.
De oversteek is in een paar minuten voltooid.
Bij aankomst zegt Jezus tegen Bartholomeüs en zijn onafscheidelijke Filippus:
"Ga het je vrouwen vertellen. Ik kom vandaag bij jullie thuis."
En Hij kijkt de twee overtuigend aan.
"Het zal gebeuren, Meester. Wil Jij mij noch Filippus het recht geven om Je te ontvangen?"
"We blijven maar tot zonsondergang, en ik wil Simon Petrus niet de vreugde ontnemen om van Margziam te genieten."
De boot glijdt naar de oever en stopt.
Ze gaan van boord, en Filippus en Bartholomeüs scheiden zich van hun reisgenoten om naar het dorp te gaan.
"Waar gaan die twee naartoe?" vraagt Petrus aan de Meester, die als eerste van boord is gegaan en naast hem staat.
"Ze gaan het hun vrouwen vertellen."
"Dan ga ik het Porfirea vertellen."
"Dat is niet nodig. Porfirea is zo goed dat je haar nergens op hoeft voor te bereiden. Haar hart kent niets dan zoetheid."
Simon Petrus straalt bij deze lof van zijn vrouw en zegt niets meer.
Intussen zijn de vrouwen, voor wie een loopplank werd neergelegd, naar beneden gekomen, en ze gaan naar Simons huis.'
Reacties
Een reactie posten