op weg naar Berg Karmel, ontmoeting met wijnbouwers
CCLVI
IN DE WIJNGAARDEN
GENEZING VAN EEN BLINDE OUDE MAN
EN GELIJKENIS OVER HOOP
256.1
Maria Valtorta:
'De apostelen worden gezien door enkele wijnbouwers die door de wijngaard lopen, beladen met manden vol gouden druiven, die wel van barnsteen lijken. Ze worden ondervraagd.
"Zijn jullie pelgrims, of vreemdelingen?"
"Wij zijn Galileeërs, en pelgrims naar de berg Karmel," antwoordt Jakobus van Zebedeüs, die met zijn medevissers net de benen strekt om de laatste slaperigheid te overwinnen.
Iskariot en Matteüs worden wakker in het gras waar ze hadden gelegen, terwijl de oude mannen, moe, nog slapen. Jezus spreekt met Johannes van Endor en Ermasteüs, terwijl Maria en Maria Klopas in de buurt staan, maar zwijgen.
De wijnbouwers vragen: "En zijn jullie van ver gekomen?"
"Vanuit Caesarea, onze laatste halte. Maar daarvoor waren we in Sicaminon en zelfs nog verder weg. We komen uit Kafarnaüm."
"O, wat een lange reis in dit jaargetijde! Maar waarom zijn jullie niet bij ons thuis geweest? Het is daar, zien jullie het? We hadden jullie vers water gegeven om jullie ledematen te verfrissen, en eten, eenvoudig maar goed. Kom alsnog!"
"We staan op het punt te vertrekken. Moge God jullie hoe dan ook belonen."
"De Karmel vlucht niet in een vurige wagen, zoals zijn profeet," zegt een boer half serieus.
"Er komt geen wagen meer uit de hemel om profeten te ontvoeren. Er zijn geen profeten meer in Israël. Ze zeggen dat Johannes al dood is!" zegt een andere.
"Dood? En sinds wanneer?"
"Dat zeiden sommigen die van over de Jordaan kwamen. Vereerden jullie hem?"
"Wij waren zijn discipelen."
"Waarom hebben jullie hem verlaten?"
"Om het Lam van God te volgen, de Messias die hij aankondigde. Die is er nog steeds in Israël, mannen. En er is veel meer nodig dan een vurige wagen, om Hem waardig naar de hemel te brengen!"'
Reacties
Een reactie posten