Syntyche moest meer dan alleen maar voorlezen...
254.5
M. Valtorta:
'"Ik ben Syntyche, de Griekse slavin van een Romeinse edelman in het gevolg van de proconsul."
"Maar dan ben jij de slavin van Valerianus!" roept Maria Magdalena uit.
"Ach, genade, genade! Verraad me niet bij hem!" smeekt de ongelukkige.
"Wees niet bang. Nooit zal ik nog met Valerianus spreken," antwoordt Magdalena.
En ze legt Jezus uit:
"Hij is een van de rijkste en meest verdorven Romeinen die we hier hebben.
En hij is net zo wreed als hij smerig is."
"Waarom ben je weggelopen?" vraagt Jezus.
"Omdat ik een ziel heb. Ik ben geen handelswaar...
(De vrouw herpakt zich door te zien dat ze barmhartige mensen heeft gevonden.)
Ik ben geen handelswaar... Hij heeft me gekocht. Dat is waar.
Maar mag me dan gekocht hebben om zijn huis te verfraaien,
zodat ik zijn uren kan opvrolijken met lezen, met hem dienen.
Maar niets meer en niets minder. Mijn ziel is van mij!
Die is niet te koop. En hij wilde die ook."
"Hoe weet jij iets over de ziel?"
"Ik ben geen analfabeet, meneer.
Een oorlogsbuit van jongs af aan, maar geen plebejer.
Dit is mijn derde meester, en hij is een smerige faun.
Maar de woorden van onze filosofen blijven in mij voortleven.
En ik weet dat het niet alleen vlees is, in ons.
Er zit iets onsterfelijks in ons opgesloten.
Iets dat bij ons geen precieze naam heeft...
Maar onlangs heb ik de naam ervan leren kennen!
Op een dag kwam er een man door Caesarea,
die wonderen verrichtte en die beter sprak dan Socrates en Plato.
Er is veel over Hem gesproken, in de badhuizen en triclinia, of in de vergulde peristylen,
waardoor Zijn verheven naam bezoedeld werd, door hem te noemen in de zalen van smerige orgieën.
En mijn meester, hij dwong mij, uitgerekend mij -
die al voelde dat ik iets onsterfelijks bezat dat alleen aan God toebehoort
en dat niet als een handelswaar op een slavenmarkt wordt gekocht -
de werken van de filosofen opnieuw te lezen om te vergelijken
en te zien of dit onbekende ding, dat die man uit Caesarea 'ziel' noemde,
daarin werd beschreven. Hij dwong me dit te lezen!
Hij dwong mij, die hij aan zijn zinnelijkheid wilde onderwerpen!
Zo leerde ik, dat dit onsterfelijke ding de ziel is.
En terwijl Valerianus en anderen van zijn soortgenoten naar mijn stem luisterden
en tussen het boeren en geeuwen door probeerden te volgen, te vergelijken en te discussiëren,
vermengde ik hun betogen, die die van de Onbekende weerspiegelden,
met de woorden van de filosofen, en plaatste ze hier, in mijn hart...
en ontwikkelde een steeds grotere waardigheid...
om zijn lust af te weren...
Hij heeft me een paar nachten geleden halfdood geslagen,
omdat ik hem met mijn tanden wegduwde...
en ik ben de volgende dag gevlucht...
Ik leef nu al vijf dagen in dat struikgewas
en pluk 's nachts bramen en cactusvijgen.
Maar ik zal uiteindelijk gepakt worden.
Hij is zeker naar me op zoek.
Ik ben veel geld waard
en ik ben te aantrekkelijk voor zijn zinnen
om me met rust te laten...
Heb medelijden!"'
Reacties
Een reactie posten