muilezelkaravaan nadert Ramoth-Gilead
286.2
M. Valtorta:
'De zon staat op het punt achter de bergen van Judea onder te gaan,
waardoor de hemel en de heuvels felrood kleuren,
wanneer de rijke koopman, die is blijven staan
om de karavaan te laten passeren,
Jezus aanroept:
"We moeten het dorp bereiken voor het donker wordt!
Maar velen van hen die met U meereizen, lijken moe.
Dit is een zware reis. Laat hen op de geleide-ezels klimmen.
Dat zijn rustige dieren. En ze zullen de hele nacht kunnen uitrusten.
Voor hen is het niet moeilijk om de last van een vrouw te dragen."
Jezus stemt toe en de man beveelt te stoppen,
zodat de vrouwen op de dieren kunnen klimmen.
Jezus laat ook Johannes van Endor op een paard klimmen.
En degenen die te voet gaan, onder wie Jezus, nemen de teugels in handen,
om het voor de vrouwen nog veiliger te maken om verder te gaan.
Margziam wil... de man spelen.
En hoewel hij van vermoeidheid bijna omvalt, wil hij absoluut niet met iemand meerijden,
maar neemt in plaats daarvan de teugels van de muilezel van de Heilige Maagd Maria,
die zich aldus tussen Jezus en het kind bevindt, en loopt dapper verder.
De koopman is in de buurt van Jezus gebleven, en zegt tegen Maria:
"Ziet u dat dorp, mevrouw? Dat is Ramoth. Daar zullen we stoppen.
Ik ben bekend in de herberg, omdat ik deze route twee keer per jaar afleg,
en dan nog twee keer langs de kust, om te kopen of verkopen.
Mijn leven, een zwaar leven!
Maar ik heb twaalf kinderen, kleine kinderen!
Ik ben laat getrouwd...
Ik heb er eentje achtergelaten dat negen dagen oud was.
En nu zal ik hem weerzien met zijn eerste tandjes!"
"Een prachtig gezin..." merkt Maria op en besluit:
"Moge de hemel het voor je bewaren!"
"Ik klaag niet over de hulp van de hemel.
Ook al verdien ik die absoluut niet."'
Reacties
Een reactie posten