Lazarus heeft nog huisjes vlakbij tuinen in Antigonea
285.3
M. Valtorta:
"Kun jij Mij adviseren waarheen Ik hen moet sturen?
Naar Judea, naar Galilea, of naar de Decapolis zelfs,
- waar Ik, en de apostelen en discipelen met Mij, heen gaan - nee.
Naar de heidense wereld, nee. Waar dan? Waar...
zodat ze nuttig én veilig kunnen zijn?"
"Meester... ik... Moet ik Jou adviseren?"
"Nee, nee. Spreek! Jij houdt van Mij, jij verraadt Mij niet,
jij houdt van hen die Ik liefheb, jij bent niet zo bekrompen als anderen."
"Ik... Ja... ik raad Je aan hen te sturen naar waar ik vrienden heb.
Naar Cyprus of Syrië. Kies Jij maar.
Op Cyprus heb ik betrouwbare mensen.
En in Syrië ook!...
Daar heb ik nog een paar kleine huisjes,
bewaakt door een rentmeester die trouwer is dan een schaap.
Onze oude Filippus! Hij zal alles doen wat ik zeg.
En als Je het mij toestaat, zullen zij, die die door Israël vervolgd worden
en die Jou dierbaar zijn, zich vanaf nu mijn gasten mogen noemen,
en veilig zijn in huis...
O! Het is geen paleis!
Het is een huis waarin alleen Filippus woont,
met een neef die de tuinen van Antigonea verzorgt.
De geliefde tuinen van mijn moeder.
We hebben ze bewaard ter nagedachtenis aan haar.
Zij had er planten uit haar tuinen in Judea naartoe gebracht, waaronder zeldzame soorten...
Mijn moeder!... Hoeveel goeds heeft zij daarmee voor de armen gedaan...
Het was haar geheime leengoed... Mijn moeder...
Meester, ik ga weldra naar haar toe en zal zeggen:
'Wees blij, o goede moeder. De Verlosser is op aarde!'
Zij wachtte op Jou..."
Twee tranenstrepen sieren Lazarus' door lijden getekende gezicht.
Jezus kijkt hem aan en glimlacht.'
Reacties
Een reactie posten