dageraad in Gerasa - overal bouwactiviteit !
CCLXXXVIII
TOEPSRAAK TOT DE INWONERS VAN GERASA
-LOFZANG VAN EEN VROUW OP DE MOEDER VAN JEZUS-
288.1
M. Valtorta:
'Hij dacht er onbekend te zijn!
Wanneer Hij de volgende ochtend het huis van Alexander, de koopman, verlaat,
treft Hij mensen die al op Hem wachten.
Jezus is alleen met Zijn apostelen.
De vrouwen en discipelen zijn in het huis gebleven, om uit te rusten.
De mensen begroeten Hem en omringen Hem, en vertellen dat ze Hem kennen,
van wat een man die van demonen genezen was over Hem had gezegd,
die nu afwezig is, omdat hij vooruit is gegaan met twee discipelen,
die een paar dagen eerder waren langsgekomen.
Jezus luistert vriendelijk naar al dit gepraat,
en wandelt intussen door de stad, waar Hij vaak gebieden ziet
waar volop bouwwerkzaamheden plaatsvinden.
Metselaars, grondwerkers, steenhouwers, smeden en timmerlieden zijn druk bezig
met bouwen, het egaliseren of opvullen van oneffenheden, het ruw hakken van stenen voor muren,
het bewerken van ijzer voor allerlei doeleinden, met zagen, met schaven
en met het tot palen zagen van stevige boomstammen.
-riolering Gerasa (putdeksel)-
Jezus loopt voorbij en kijkt toe,
en steekt een brug over een kabbelend beekje over,
dat dwars door het centrum van de stad stroomt;
met huizen aan weerszijden van het beekje,
op een rij, alsof ze een oeverwal vormen.
Hij klimt vervolgens naar het hoger gelegen deel van de stad,
dat enigszins oneffen is, zodat de zuidwestkant hoger ligt dan de noordoostkant,
maar beide liggen hoger dan het stadscentrum, dat door het beekje wordt doorsneden.
Het uitzicht is prachtig vanaf de plek waar Jezus gestopt is.
De hele stad, die behoorlijk uitgestrekt is, verschijnt voor de toeschouwer,
met erachter, aan de oost-, zuid- en westkant, een hoefijzer van glooiende, groene heuvels,
terwijl in het noorden het oog over een uitgestrekte open vlakte glijdt,
met wat reliëf, zo gering dat je nauwelijks van een heuvel kunt spreken,
helemaal verguld door de ochtendzon,
waardoor de geelachtige scheuten van de wijnranken,
die dit golvende land bedekken, kostbaar lijken,
als wilde ze de melancholie van de stervende bladeren verzachten
met de pracht van een gouden penseelstreek.'
Reacties
Een reactie posten