gebed om zegen over mensen in Bozra
293.6
Maria Valtorta:
'"Verheug je, dorstigen!
Verheug je, hongerigen!
Verheug je, verdrukten!
Waren jullie de verstotenen?
Waren jullie verbodenen?
Waren jullie de verachten?
Waren jullie de vreemden?
Kom! Verheug jullie! Nu niet meer.
Ik geef jullie een thuis, bezittingen, een vaderschap, een vaderland.
Ik geef jullie de Hemel.
Volg mij, want Ik ben de Redder!
Volg mij, want Ik ben de Verlosser!
Volg mij, want Ik ben het Leven!
Volg mij, want ik ben Degene aan Wie de Vader de Genade nooit ontzegt!
Verheug jullie in Mijn Liefde! Verheug je!
En opdat jullie mogen zien dat Ik jullie liefheb,
o jullie die Mij met al je moeite hebben gezocht,
o jullie die in Mij geloofden vóór jullie Mij kenden;
opdat deze dag een dag van ware Vreugde mag zijn, bid Ik aldus:
Vader, heilige Vader!
Over alle wonden, ziekten, lichamelijke pijnen,
angst, en kwelling en wroeging in het hart,
over alle ontluikende geloofsovertuigingen,
over die die wankelen, over die die sterker worden,
moge Heil, Genade en Vrede neerdalen,
o! moge Heil, Genade en Vrede neerdalen!
Vrede in Mijn naam!
Genade in Uw naam!
Heil door Onze wederzijdse Liefde!
Zegen hen, o allerheiligste Vader!
Verzamel en vorm deze verspreide kinderen
van U en van Mij tot één kudde!
Zorg ervoor dat, waar Ik ook ben,
zij één mogen zijn met U, heilige Vader,
met U, met Mij en met de allerheiligste Geest.
Jezus,
met Zijn armen uitgestrekt in de vorm van een kruis,
Zijn handpalmen naar de hemel geheven,
Zijn gezicht opgeheven,
Zijn stem klinkend als een zilveren tuba...
is overweldigend in Zijn woorden!
Hij blijft zo, in stilte, een paar minuten.
Dan verlaten Zijn saffierblauwe ogen de hemel,
om naar de grote binnenplaats te kijken,
gevuld met de menigte,
die zucht van ontroering of siddert van hoop.
Zijn handen komen samen, bijna uitstrekkend,
en met een glimlach die Hem transformeert,
slaakt hij Zijn laatste kreet:
"Juicht, jullie die geloven en hopen!
Volk van lijdenden, sta op en
heb de Heer, Uw God, lief!"'
Reacties
Een reactie posten