Jezus zal bij hen zijn, in Antiochië (bilocatie)
316.5
Maria Valtorta:
'Vaarwel, Johannes!
Laten we elkaar vaarwel kussen...
Huil niet zo...
Zelfs als het betekende, dat Ik stukken van Mijn vlees moest scheuren,
zou Ik jullie hebben gehouden, als Ik niet al het goeds had gezien
dat voortkomt uit deze scheiding voor jullie en voor Mij.
Eeuwig goeds...
Vaarwel, Syntyche.
Ja, kus mijn handen, maar onthoud dat
als het andere geslacht Mij ervan weerhoudt jou als een zus te kussen,
Ik toch jouw ziel Mijn broederlijke kus geef...
En wachten jullie op Mij, met je geest! Ik zál komen.
Jullie zult Mij dicht bij je werk en je ziel hebben.
Ja, want hoewel de liefde voor de mens
Mijn goddelijke natuur in sterfelijk vlees heeft omsloten,
heeft zij haar vrijheid niet kunnen inperken.
En Ik ben vrij om te gaan, zoals God,
naar hen die het verdienen God bij zich te hebben.
Vaarwel, Mijn kinderen.
De Heer is met jullie..."
En Hij rukt zich los...
uit de stuiptrekkende greep van Johannes, die Zijn schouders vasthoudt,
van Syntyche, die zich aan Zijn knieën vastklampt,
en springt van de wagen, zwaait Zijn apostelen vaarwel
en rent weg, over de weg die Hij al heeft afgelegd,
zo snel als een opgejaagd hert...'
Reacties
Een reactie posten