langs 'Ladder van Tyrus' naar Alexandroscene
CCCXXVIII
IN ALEXANDROSCENE
NAAR BROERS VAN HERMIONE
328.1
Maria Valtorta:
'De weg wordt weer bereikt
na een lange omweg door de velden
en het oversteken van de beek via een klein bruggetje van krakende planken,
slechts geschikt voor voetgangers: eerder een passerelle, dan een echte brug.
En de tocht gaat verder over de vlakte, die steeds smaller wordt
naarmate de heuvels oprukken naar de kust,
zozeer zelfs dat na een andere beek,
met de onmisbare Romeinse brug,
de weg over de vlakte overgaat in een bergweg,
die zich bij de brug splitst in een minder steile baan,
die, in noordoostelijke richting, weer door een vallei loopt.
Deze weg, gekozen door Jezus,
aangeduid op de Romeinse gedenksteen met: "Alexandroscene — m.V°"
is een ware trap in de rotsachtige en steile berg die zijn scherpe punt in de Middellandse Zee steekt,
en die steeds duidelijker zichtbaar wordt naarmate men hoger klimt.
Alleen voetgangers en ezels begeven zich over die weg,
of beter gezegd, over die trap.
Maar, misschien omdat hij zo kort is, is de weg ook erg druk,
en mensen kijken vol nieuwsgierigheid naar de Galileïsche groep,
zo ongewoon, die eroverheen reist.
"Dat moet de Stormkaap [Ras an-Nākūrah] zijn!" zegt Mattheüs,
wijzend naar de landtong die in zee uitsteekt.
"Ja, daar beneden ligt het dorp van waaruit die visser tot ons riep!"
bevestigt Jakobus van Zebedeüs.
"Maar wie heeft deze weg aangelegd?"
"Wie weet hoe lang hij er al ligt!
Misschien is hij wel aangelegd door de Feniciërs..."
"Vanaf de top zien we Alexandroscene, daarachter ligt de Witte Kaap [Ras al-Abyad].
Je zult veel zee zien, Mijn Johannes!" zegt Jezus,
en slaat een arm om de schouders van de apostel.
"Ik zal blij zijn. Maar het wordt al snel nacht...
Waar zullen we stoppen?"
"Bij Alexandroscene. Zie je?
De weg loopt al schuin naar beneden.
Vlak tot bij de stad, die je daar beneden ziet."'
Reacties
Een reactie posten