onstuimige omhelzing van Jezus - Petrus ontzet door sporen van boetedoening
325.3
Maria Valtorta:
'Natuurlijk zijn de eersten die aankomen de jongsten en meest behendigen,
namelijk de twee zonen van Alfeüs, met de vaste tred van bergvolk,
en Johannes en Andreas, die rennen als twee herten,
blij lachend.
En ze vallen aan Zijn voeten,
liefdevol en eerbiedig, blij, blij, blij...
Dan komt Jakobus, de zoon van Zebedeüs.
Als laatste, bijna tegelijk, komen de drie minst ervaren wandelaars en klimmers,
Matteüs en de Zeloot.
En als allerlaatste,
absoluut als laatste, Petrus.
Maar hij baant zich een weg – o, wat baant hij zich een weg! –
om de Meester te bereiken, Zijn benen omarmd door de eersten die aankwamen,
en die nooit moe worden van het kussen van Zijn kleren,
of van de handen die Hij hun heeft gegeven.
Hij grijpt Johannes en Andreas met kracht vast,
en klampt zich, als oesters aan een rots, vast aan Jezus' gewaad,
en duwt, buiten adem van de inspanning, de anderen zo ver opzij
dat hij aan Jezus' voeten kan vallen en zeggen:
"O, mijn Meester! Nu kom ik eindelijk weer tot leven!
Ik hield het niet meer uit! Ik ben oud en mager geworden,
alsof ik heel ziek ben geweest. Kijk of het niet waar is, Meester..."
en hij heft zijn hoofd op, zodat Jezus hem kan aankijken.
Maar terwijl hij dat doet, ziet hij de verandering in Jezus,
en hij staat op en roept: "Meester!? Wat hebt Jij gedaan?
Dwazen! Kijk! Zien jullie dat dan niet?
Jezus is ziek geweest!..."'
Reacties
Een reactie posten