sabbat in Gerasa 2
289.2
M. Valtorta:
'Jezus komt uit een kamer,
en ziet Margziam zo somber en alleen staan.
Hij gaat naar het kind toe, en legt een hand op zijn hoofd.
"Wat doe je hier, zo alleen en verdrietig?"
"Niemand let op me..."
"Wat wilde je van de anderen?"
"Niets, ik had het over de kamelen... Ze zijn prachtig, ik vind ze mooi.
Het moet net zijn alsof je in een boot zit, daarboven...
En ze eten johannesbrood, de mannen ook..."
"En jij wilt daarheen gaan en ook johannesbrood eten.
Kom, laten we naar de kamelen gaan!"
En Jezus neemt hem bij de hand en loopt met het kind,
heel rustig, naar de overzijde van de binnenplaats.
Hij loopt rechtstreeks naar een kameeldrijver
en begroet hem met een glimlach.
Die buigt, en blijft zijn dier inspecteren,
terwijl hij het halster en het hoofdstel rechtzet.
"Man, kunt u Mij verstaan?"
"Ja, Heer. Al twintig jaar ken ik jullie."
"Dit kind heeft een groot verlangen: om op een kameel te rijden...
En een klein verlangen: om johannesbrood te eten!"
en Jezus glimlacht nog hartelijker.
"Uw zoon?"
"Ik heb geen kinderen. Ik heb geen vrouw."
"U, zo knap en sterk? Hebt u dan geen vrouw gevonden?"
"Ik heb er niet naar gezocht."
"Hebt U dan geen verlangen naar een vrouw gevoeld?"
"Nee. Nooit."
De man kijkt hem verbaasd aan.
Dan zegt hij: "Ik heb negen kinderen in Ischylos...
Ik ga weg: een zoon.
Ik ga erheen: een zoon.
Altijd."
"Houdt u van je kinderen?"
"Mijn bloed! Maar hard werken.
Ik hier, kinderen ginds. Ver weg...
Maar voor hun brood.
Begrijpt U?"
"Ik begrijp het.
Dan begrijpt u vast dat dit kind ook graag op een kameel wil rijden,
en johannesbrood wil eten."
"O ja. Kom maar. Bang? Nee? Goed zo.
Mooie jongen! Ik ook zo eentje. Zwart zoals deze.
Hier. Neem hier stevig vast."
En hij legt het vreemde handvat aan de voorkant van het zadel in zijn hand.
"Hou je vast. Nu kom ik. En de kameel gaat op. Niet bang, hè?"
En de man klimt op het hoge zadel, gaat zitten en spoort de kameel aan,
die gehoorzaam en met een luide stem opstaat.
Margziam lacht vrolijk.
En is nog gelukkiger wanneer de kameeldrijver een prachtige peul in zijn bek heeft gestopt.
De man leidt de kameel eerst stapvoets over de binnenplaats, dan in draf.
Uiteindelijk, ziende dat Margziam niet bang is,
roept hij iets naar een van zijn metgezellen,
en die opent de grote deur aan de achterkant van de binnenplaats,
en de kameeldrijver verdwijnt met zijn lading
in het groene landschap.'
Reacties
Een reactie posten