Ik BEN gekomen, wee degenen die straf verdienen


342.9

M. Valtorta:

'"O jullie van Kedesh, Levitische stad,

stad geheiligd door de proclamatie van naastenliefde

voor hen die een misdaad begaan hebben

—en ieder mens heeft misdaden begaan tegen God,

tegen zijn eigen ziel, tegen zijn naaste—

kom dan tot Mij, 

Toevlucht van de zondaars.


Hier, in Mijn liefde,

kan geen enkele vervloeking van God jullie treffen,

want mijn smekende blik voor jullie verandert Gods vervloeking

in een zegen van vergeving.


Luister, luister!

Schrijf deze belofte in jullie harten,

zoals Habakuk zijn betrouwbare profetie op de boekrol schreef.

Daar staat: Als Hij uitblijft, wacht dan op Hem,

want Hij die komen moet, zál zonder vertraging komen.

Ziedaar: Hij die komen moest, IS gekomen.

Ik ben het.


Wie niet gelooft, heeft geen rechtvaardige ziel, zegt de Profeet,

en in zijn woorden ligt de veroordeling van hen

die Mij hebben verzocht en beledigd.

Het is niet Ik die hen veroordeel.

Maar de Profeet, die Mij voorzag,

en in Mij geloofde.


Net zoals hij Mij afschildert als de Triomfantelijke,

schildert hij ook de trotse af, zeggende dat hij eerloos is,

omdat hij zijn ziel heeft opengesteld voor hebzucht en onverzadigbaarheid,

zoals de hel hebzuchtig en onverzadigbaar is.


En hij dreigt:

"Wee hem die dingen verzamelt die hem niet toebehoren,

en die zich bedekt met dikke modder."

De slechte daden tegen de Zoon des Mensen zijn deze modder.

En Hem van Zijn heiligheid willen beroven,

om de eigen heiligheid niet te bezoedelen,

dat is hebzucht.


''Wee hem," zegt de profeet, "die in zijn huis

de vruchten van zijn verdorven hebzucht verzamelt,

om zijn nest hoog op te werpen, in de overtuiging

zichzelf te redden uit de klauwen van het kwaad."

Dit is zichzelf onteren

en zijn eigen ziel doden.


"Wee hem, die een stad bouwt met bloed en kastelen opricht met onrecht."

In werkelijkheid, cementeert Israël zijn hebzuchtige vestingen te veel met tranen en bloed,

en wacht tot het laatste moment om het hardste deeg te maken.

Maar wat kan een vesting doen tegen de pijlen van God?

Wat... een handjevol mannen...

tegen de gerechtigheid van de hele wereld,

die vol afschuw zal schreeuwen

over de ongekende misdaad?


O! zoals Habakuk terecht zegt!

"Tot wat dient een afgodsbeeld?"

En dat is wat Israëls leugenachtige heiligheid is,

een afgodsbeeld.


Alleen de Heer is in Zijn heilige Tempel,

en alleen voor Hem zal de aarde buigen, en sidderen van aanbidding en vrees,

terwijl het beloofde teken voor eens en voor altijd gegeven zal worden,

en de ware Tempel, waarin God rust, glorieus zal verrijzen

om in de hemel te zeggen: 'Het is volbracht!'


Zoals Hij het snikkend zal hebben uitgeroepen tot de aarde,

om haar te reinigen met Zijn aankondiging.


"Fiat!" zei de Allerhoogste.

En de wereld was er.


"Fiat!" zal de Verlosser zeggen.

En de wereld zal verlost worden.


Ik zal de wereld geven wat ze nodig heeft

om verlost te worden.


En verlost zullen zij zijn

die daartoe de wil hebben."'


26 nov.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel