Judas probeerde Johannes tot onkuisheid te verleiden
357.4
Maria Valtorta:
'Johannes zucht diep,
en buigt dan nog dieper zijn hoofd,
laat het op Jezus' borst rusten,
en zegt:
"Wat is het pijnlijk om over onreine dingen te spreken!...
Heer... Judas is onrein... en hij verzoekt mij tot onreinheid.
Het kan me niet schelen dat hij mij bespot...
Maar het doet me pijn dat hij tot Jou komt,
bezoedeld door zijn liefdes.
Sinds hij teruggekeerd is,
heeft hij mij al meerdere malen in verzoeking gebracht.
Wanneer het toeval ons alleen laat –
en hij lokt het op alle mogelijke manieren uit –
praat hij alleen maar over vrouwen...
en ik walg er net zo van, als wanneer ik ondergedompeld zou worden
in een smerige substantie die mijn mond probeert binnen te dringen..."
"Maar ben je hierdoor ten diepste geschokt?"
"In welke mate geschokt?
Mijn ziel beeft.
Mijn rede schreeuwt tegen deze verleidingen...
Ik wil niet verdorven worden..."
"Maar wat doet je vlees dan?"
"Het krimpt ineen van walging."
"Alleen dat?"
"Dat, Meester,
en dan huil ik, omdat Judas volgens mij
iemand die zich aan God heeft toegewijd
niet erger aanstoot had kunnen geven.
Zeg me: zal dit mijn offer schaden?"
"Nee. Niet meer dan een handvol modder op een diamanten plaat.
Het krast de plaat niet, het dringt er niet in door.
Een beker zuiver water eroverheen gegoten
is genoeg om hem te reinigen.
En hij is mooier dan voorheen."
"Reinig mij dan."
"Jouw naastenliefde reinigt je en je engel.
Er blijft niets aan jou kleven.
Jij bent een rein altaar,
waarop God neerdaalt."'
Reacties
Een reactie posten