profetie van Habakuk voorspelde Mij! - maar niet allen zullen kunnen worden gered
342.4
Maria Valtorta:
'"Hoe vaak hebben jullie Habakuk wel niet horen voorlezen!
En de meest bedachtzamen onder jullie zullen gemompeld hebben:
'Ook ik kan zeggen: Hoe lang, Heer, moet ik nog roepen zonder dat U mij hoort?'
Israël heeft eeuwenlang zo geklaagd...
Maar nu is de Redder gekomen!
De grote beroving, de voortdurende angst,
de wanorde en het onrecht veroorzaakt door Satan
staan op het punt te vallen, want de door God gezondene
staat op het punt de mens zijn waardigheid terug te geven als kind van God
en als mede-erfgenaam van het Koninkrijk van God.
Laten we de profetie van Habakuk met nieuwe ogen bekijken,
en we zullen aanvoelen dat ze van Mij getuigt,
en al de taal spreekt van het Goede Nieuws
dat Ik aan de kinderen van Israël breng.
Maar hier ben Ik het die moet klagen:
'Het oordeel is geveld, maar het tegendeel triomfeert.'
En Ik zucht van groot verdriet. Niet zozeer om Mijzelf,
die boven het menselijk oordeel verheven ben,
maar om hen die door tegenstander te zijn zichzelf veroordelen,
en om hen die door deze tegenstanders misleid worden.
Verbaast wat Ik zeg u?
Onder u zijn kooplieden uit andere delen van Israël.
Zij kunnen u vertellen dat Ik niet lieg.
Ik lieg niet
door een leven te leiden dat in strijd is met wat Ik leer,
door niet te doen wat men van de Heiland verwacht,
en Ik lieg niet
door te zeggen dat menselijk verzet opstaat
tegen het oordeel van God die Mij gezonden heeft,
en tegen het oordeel van de nederige en oprechte menigte
die Mij gehoord heeft en Mij beoordeeld heeft voor wie Ik ben."
Sommigen in de menigte mompelen:
"Het is waar! Het is waar! Wij, het volk, willen Hem en wij voelen dat Hij heilig is.
Maar zij (en men wijst naar de Farizeeën en hun metgezellen) verzetten zich tegen Hem."
Jezus vervolgt:
"Om doe oppositie te bewerkstelligen, wordt de Wet verscheurd,
en zij zal verder verscheurd worden, totdat ze zelfs afgeschaft wordt
om het grootste onrecht te begaan, dat echter niet lang zal duren.
En gezegend zijn zij die, in de korte en angstige pauze,
waarin het zal lijken alsof de tegenstand Mij overwonnen heeft,
zullen kunnen blijven geloven in Jezus van Nazareth,
in de Zoon van God, in de Zoon van de Mens,
zoals voorzegd door de profeten.
Ik zou Gods Oordeel tot het einde toe kunnen voltrekken,
en alle kinderen van Israël redden.
Maar Ik zal daartoe niet in staat zijn,
omdat de goddeloze over zichzelf zal zegevieren,
over zijn betere zelf,
en zoals hij Mijn rechten en Mijn gelovigen vertrapt,
zo zal hij ook de rechten van zijn eigen geest vertrappen,
die Mij nodig heeft om gered te worden,
en die aan Satan wordt gegeven
om Mij die redding te ontzeggen.'
Reacties
Een reactie posten