zieke man vertrok naar Caesarea - op zoek naar Jezus
335.3
Maria Valtorta:
'De vrouw maakt opnieuw een gebaar.
Dan knikt ze naar Judas Iskariot, die het dichtst bij haar staat.
Hij buigt zich naar de vrouw toe, die hem vraagt: "Maar wie is uw vriend?"
En Judas, hoogmoedig (het lijkt wel of Jezus de Messias is door zijn verdienste en goedheid):
"Hij is de Rabbi van Galilea, Jezus van Nazareth. Weet je dat niet, vrouw?"
"Dit is een afgelegen straat, en ik heb zoveel miserie!...
Maar... mag ik Hem dat vertellen?"
"Dat mag je!" zegt Judas uit de hoogte..
Hij lijkt wel een wereldse figuur
die audiëntie verleent...
Jezus praat verder met het kind,
dat vraagt of Hij zelf ook kinderen heeft.
Terwijl het meisje dat ik al had gezien, en een ander, ouder meisje, melk en borden brengen,
komt de vrouw naar Jezus toe, aarzelt even en slaakt dan een verstikte kreet:
"Jezus, heb medelijden met mijn man!"
Jezus staat op.
Hij torent boven haar uit,
maar kijkt haar zo vriendelijk aan dat ze zich getroost voelt.
"Wat wilt u dat ik doe?"
"Hij is heel ziek! Zo opgezwollen als een wijnzak, kan hij niet meer bukken en werken.
Hij vindt geen rust, omdat hij wegzinkt en ongeduldig is...
En onze kinderen zijn nog heel klein..."
"Wilt u dat ik hem genees?
Maar waarom wilt u dat van Mij?"
"Omdat U U bent. Ik kende U niet, maar heb van U gehoord.
Het lot bracht U naar mijn huis, nadat ik U drie keer in Naïn en Kana ben gaan zoeken.
Twee keer is mijn man ook geweest. Hij zocht U, hoewel het rijden in de wagen hem veel pijn deed...
Zelfs nu is hij weg, met zijn broer...
Ze vertelden dat de Rabbi, nadat hij Tiberias had verlaten, naar Caesarea Philippi ging.
Hij ging daarheen, om op U te wachten..."
Reacties
Een reactie posten