Jezus weigert 'godsbewijs' en huilt om schrift-geleerden


-orthodoxe kolonist Elisha Yered-

387.7

Maria Valtorta:

'"Meester, weet U wat Gilgal voor ons betekent?


"En geloven jullie Mij, een dwaas?"... zegt Jezus.

En met de toon van een psalm, langzaam, een beetje uitgerekt, begint hij [Joz.3:1-4]:

"En Jozua stond op vóór zonsopgang en ging op weg.

Nadat hij uit Sittim was vertrokken, 

kwamen hij en alle Israëlieten bij de Jordaan,

waar zij drie dagen bleven,

aan het einde waarvan de herauten door het kamp trokken en riepen:

'Wanneer u de Ark van het Verbond van de Heer uw God ziet,

gedragen door de priesters van het geslacht van Levi,

dan moet u ook op weg gaan en hen volgen,

maar laat er een afstand van tweeduizend el zijn tussen u en de ark,

zodat u van verre kunt zien, en de weg kunt onderscheiden die u moet gaan,

aangezien u er nog nooit langs bent gegaan en..."'


"Genoeg, genoeg! U kent de les.

Nu zouden wij graag een soortgelijk wonder van U zien, zodat wij kunnen geloven.

In de Tempel, met Pasen, waren wij verbaasd over het nieuws, gebracht door een veerman,

dat U de rivier had laten stoppen met overstromen [zie 361.11-12]...

Nu dan, als U zoveel voor de eerste de beste man hebt gedaan,

doe dan voor ons, zoveel meer dan enige man, dit:

daal af naar de Jordaan met Uw mannen

en steek hem droogvoets over,

zoals Mozes bij de Rode Zee

en Jozua bij Gilgal.

Kom op!

Tovenaars zijn alleen nuttig voor onwetenden.

Maar wij zullen ons niet laten verleiden door Uw toverkunsten,

hoewel U, zoals bekend, de geheimen van Egypte en haar magische formules kent."


"Ik heb die niet nodig."

"Laten we naar de rivier gaan en in U geloven."


-spuwincident in Jeruzalem-


"Er staat geschreven:

'Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen!'"


"U bent God niet!

U bent een arme dwaas.

U bent iemand die de onwetende menigte misleidt.

Bij hen is het makkelijk, want Beëlzebub is met U.

Maar bij ons, getooid met de tekenen van exorcisme, bent U minder dan niets!"

bijt een schriftgeleerde.


"Beledig hem niet! Sméék Hem om ons tevreden te stellen.

Als je zo doet, zal Hij Zichzelf vernederen en Zijn macht verliezen.

Kom op, Rabbi van Nazareth! Geef ons bewijs en wij zullen U aanbidden,"

zegt een oude, slinkse schriftgeleerde, en in zijn kronkelige vleierijen

is hij vijandiger dan de anderen met hun openlijke wreedheid.


Jezus kijkt hem aan.

Dan draait hij zich naar het zuidwesten

en opent zijn armen, ze uitstrekkend.



Hij zegt:

"Daar is de woestijn van Judea!

En daar werd Ik door de boze geest aangespoord

om de Heer, Mijn God, op de proef te stellen.

En Ik antwoordde: 'Ga weg, Satan! Er staat geschreven...

dat God alleen aanbeden moet worden, niet verzocht.

En Hij moet boven vlees en bloed gesteld worden.'

Hetzelfde zeg Ik aan jullie."


"U noemt ons Satan? Ons??

Aah! Vervloekt!"


En meer als schurken dan als schriftgeleerden,

grijpen ze de stenen die op de grond liggen om Hem te treffen.

En riepen: "Ga weg! Ga weg! Vervloekt bent U, voor eeuwig!"


Jezus kijkt hen zonder vrees aan.

Hij verlamt hen in hun godslasterlijke gebaar, pakt Zijn mantel op

en zegt: "Laten we gaan! Mannen, ga voor Mij uit!"


En Hij keert terug naar de waterput,

naar de olijfgaard van de biecht,

gaat daar naar binnen…


En Hij buigt Zijn hoofd,

twee onstuitbare tranen rollen van Zijn wimpers

over Zijn bleke gezicht.'


18 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd