Maria troost de moeder van Judas
370.17
Maria Valtorta:
'Jezus heft Zijn hoofd op,
dat Hij over de twee kinderen had gebogen,
en ziet Maria zich over Judas' moeder heen buigen.
Hij staat op en gaat naar hen toe.
Hij legt Zijn hand op het grijzende hoofd van Maria van Simon:
"Waarom huil je, vrouw?"
"O Heer! Heer! Ik heb een demon gebaard!
Geen moeder in Israël zal mijn verdriet evenaren!"
"Maria, een andere moeder [van Marcus van Josias...],
en om dezelfde reden als die van jou,
zei en zegt deze woorden tegen Mij.
Arme moeders!..."
"O mijn Heer, is er dan nog iemand
die, net als mijn Judas, zo slecht is en zo slecht jegens U?
O, dat kan niet! Hij die U heeft... heeft zich overgegeven aan vuile praktijken.
Hij die uw adem inademt... is wellustig en een dief;
misschien wordt hij wel een moordenaar.
Hij... o! Zijn gedachten zijn leugens!
Zijn leven is koorts.
Laat hem sterven, Heer!
In godsnaam! Laat hem sterven!"
"Maria, je hart laat jou hem erger zien dan hij is.
Angst drijft je tot waanzin.
Maar kalmeer en denk na.
Welk bewijs heb je van zijn daden?"
"Tegenover U, niets.
Maar het is een lawine die neerdaalt.
Ik verraste hem, en hij kon het bewijs niet verbergen dat...
Daar is hij... Uit medelijden, zwijg! Hij kijkt me aan. Hij heeft argwaan.
Hij is mijn pijn... Geen moeder in Israël is ongelukkiger dan ik!…"
Maria fluistert:
"Ik... Omdat ik mijn pijn met de pijn van alle ongelukkige moeders verenig...
Omdat mijn pijn niet voortkomt uit de haat van één,
maar van een hele wereld..."'
Reacties
Een reactie posten