Petrus en Judas terug met 12 stromatten, servies, zaden, en duiven
385.8
M. Valtorta:
'"Maar waar zijn Petrus en Judas van Keriot?" vraagt Jezus.
"Die zijn naar de nabijgelegen stad gegaan.
Ze zitten vol geld, en zijn aan het winkelen..."
"Ja. Judas heeft een wonder verricht en viert feest!"
merkt Simon Zeloot op, glimlachend.
"Andreas ook, en hij heeft een schaap als souvenir.
Hij heeft een herdersbeen genezen en die heeft hem daarvoor beloond.
We zullen het aan de oude vader geven. Melk is goed voor ouderen..."
zegt Johannes, terwijl hij de oude man, die gelukkig is, streelt.
Ze keren terug naar het huis en bereiden wat eten...
Ze staan op het punt aan tafel te gaan zitten wanneer -
beladen als ezels en gevolgd door een kar vol stromatten
die als bedden dienen voor de armen van Palestina -
de twee vermisten aankomen.
"Vergeef me, Meester. Maar dit was nodig.
Nu komt alles goed," zegt Petrus.
En Judas: "Kijk goed!
We hebben alleen het hoognodige meegenomen,
schoon en eenvoudig, zoals Jij het wilt,"
en ze gaan aan de slag met uitladen
en sturen de wagenmenner weg.
"Twaalf bedden en twaalf matten. Wat servies.
Hier zijn de zaden. Hier zijn de duiven. Daar zijn de munten.
En morgen een heleboel mensen. Oef! Wat warm!
Maar nu is alles goed. Wat heb Jij gedaan, Meester?"
En terwijl Jezus vertelt,
zitten ze gelukkig aan tafel.'
Reacties
Een reactie posten