Samuel heeft misschien man gedood - zijn oom vraagt Jezus om hulp


-Le Meurtre (Cézanne)-

375.6

Maria Valtorta:

'De poort wordt met een harde klap dichtgeslagen,

waarvan het geluid luid nagalmt.

Er ontstaat paniek onder de aanwezigen.


"Wie is daar?"

"Wie loopt er op Paasavond rond?"

"Militie?"

"Farizeeën?"

"Soldaten van Herodes?"


Maar terwijl de opwinding toeneemt,

verschijnt Levi, de paleiswacht:

"Vergeef me, Rabbi," zegt hij,

"er is een man die U wil spreken.

Hij bevindt zich in de hal.

Hij lijkt erg van streek.

Hij is oud en lijkt een gewone man te zijn.

Hij wil u spreken. En snel."


"O, la, la!

Dit is geen avond van wonderen!

Kom morgen terug..."

zegt Petrus.


"Nee. Elke avond is een tijd van wonderen en barmhartigheid!"

zegt Jezus, terwijl Hij opstaat en weer afdaalt, om naar de hal te gaan.


"Ga Jij alleen? Ik kom ook mee!" zegt Petrus.

"Nee. Blijf jij maar waar je bent!"


Hij gaat samen met Levi naar buiten.

Achterin, bij de zware voordeur, in de halfdonkere hal

- omdat de lampen die er eerst aangetsoken waren, gedoofd zijn -

zit een zeer onrustige oude man.

Jezus gaat naar hem toe.


"Stop, Meester! Misschien heb ik een dode aangeraakt,

en ik wil U niet besmetten...

Ik ben familie van Samuel, de man van Anna-Lea.

We zaten te eten en Samuel dronk maar door...

en dat is niet goed.

Maar die jongeman lijkt me al een tijdje gek.

Het is wroeging, Heer!

Half dronken zei hij, terwijl hij weer dronk:

'Zo herinner ik me niet meer dat ik Hem gezegd heb dat ik Hem haat.

Want, weet je, ik heb de Rabbi vervloekt!'...


En hij leek me Kaïn wel, want hij bleef maar herhalen:

'Mijn ongerechtigheid is te groot. Ik verdien geen vergeving!

Ik moet drinken! Drinken om het me niet meer te herinneren.

Want er staat geschreven [Lev.24:15-16] dat wie zijn God vervloekt, 

zijn zonde zal dragen en schuldig is aan de dood'...


-


Zo was hij aan het razen,

toen een familielid van Anna-Lea's moeder het huis binnenkwam,

om een ​​verklaring te eisen voor de scheiding.


Samuel, half dronken, reageerde met scheldwoorden

en de man dreigde hem voor de rechter te slepen,

vanwege de schade die hij de familie-eer aanrichtte.


Samuel sloeg hem als eerste.

Ze vielen elkaar aan...

Ik ben oud, en mijn zus is oud,

de knecht en de dienstmeid zijn oud.

Wat konden wij vieren doen?

En wat konden de twee meisjes, Samuels zussen, doen?

We konden schreeuwen!

We konden proberen hen uit elkaar te halen!

Meer niet...


En Samuel gooide de bijl,

waarmee we het hout voor het lam hadden klaargemaakt,

gooide die naar het hoofd van de andere man...


Ze opende zijn hoofd niet

omdat hij met de steel had geslagen, niet met de blijkop.

Maar die andere man wankelde, gorgelend, en viel...


Wij schreeuwden niet meer... om geen mensen te lokken...

We verschansten ons in het huis... Doodsbang...

We hoopten dat de man weer bij bewustzijn zou komen

door water over zijn hoofd te gooien.


Maar hij gorgelt, gorgelt.

Hij is zeker aan het sterven.

Hij lijkt bijna dood.


Ik rende weg om U erbij te roepen

op een moment als dit.


Morgen... misschien wel eerder, 

zullen de familieleden naar deze man zoeken.

En ook bij ons, want ze weten zeker dat hij gekomen is.

En ze zullen hem dood vinden...


En Samuel zal, conform de Wet, gedood worden...

Heer! Heer! De schande is al over ons gekomen...

Maar niet dit! Heb genade met mijn zus, Heer! 

Hij heeft U vervloekt... Maar zijn moeder houdt van je...

Wat moeten wij doen?"


"Wacht hier op me! Ik kom eraan!"

en Jezus keert terug de kamer in, en roept vanuit de deuropening:

"Judas van Keriot, kom met Mij mee!"


"Waarheen, Heer?" zegt Judas,

en hij gehoorzaamt onmiddellijk.


"Dat verneem je dadelijk.

Jullie blijven allemaal in vrede en liefde.

We zijn spoedig terug!"'


3 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Jezus gaat naar Samaria - 2e jaar begint - nu Redder (meer dan Leermeester) - Barmhartigheid uitbreiden!

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken