na afscheidswoorden van Chusas, beseft Judas dat zijn intrige aan het licht kwam
402.2 Maria Valtorta: 'Jezus spreekt nu, enigszins afgezonderd, tot Chusas. Ik weet niet wat hij tegen hem zegt, want ze spreken in fluisterstem. Maar ik zie Chusas diep buigen en geruststellende woorden spreken, terwijl hij zijn rechterhand op zijn borst legt, alsof hij wil zeggen: "Bij mijn woord, wees ervan verzekerd dat het namens mij zal gebeuren!" etcetera. De apostelen hebben zich discreet in een hoek verzameld, maar niemand kan beletten dat ze toekijken. En terwijl het gelaat van Petrus en Bartholomeüs de uitdrukking vertoont van mensen die al weten wat er aan de hand is, tonen de gezichten van de anderen - behalve Judas - slechts bezorgdheid, ze hebben een bedroefde uitdrukking, vooral de gezichten van Jakobus van Alfeüs, Johannes, Simon en Andreas. Terwijl Judas van Alfeüs haast angstig en gespannen lijkt, kijkt de andere Judas, die onverschillig wil overkomen, aandachtiger dan wie ook, en lijkt te proberen uit de gebaren van hun handen en lippen te ontcijferen ...