Hilkia, trots op huis-naar-wet, keurt kleding Judas af

CDXIV

SCHELDPARTIJ TEGEN FARIZEEËN EN SCHRIFTGELEERDEN

TIJDENS HET GASTMAAL IN HET HUIS VAN SANHEDRIN-LID HILKIA

414.1

Maria Valtorta:

'Jezus betreedt het huis van zijn gastheer, niet ver van de Tempel,

maar gelegen in de buurt die aan de voet van Tophet ligt.

Een statig, enigszins streng huis, van een strikte gelovige,

of liever, overdreven gelovige.


Ik geloof dat zelfs de spijkers genummerd en geplaatst zijn

zoals een van de zeshonderddertien Geboden voorschrijft.

Er is geen versiering in de stoffen, geen fries op de muren, geen snuisterij... 

niets van die minimale dingen die zelfs in de huizen van Jozef en Nicodemus

en van de Farizeeën van Kafarnaüm aanwezig zijn om het huis te verfraaien.

Dit huis ademt de geest van zijn meester uit, in ieder detail.

Koud, zo ontdaan van alle versieringen is het.

Hard in zijn donkere, zware meubels, 

vierkant als evenzovele sarcofagen.


Afstotend.

Een huis dat niet verwelkomt, 

maar zich vijandig sluit voor al wie binnenkomt.


-joodsw wijk Antwerpen-

En Hilkia wijst ernaar en schept erover op.

"Ziet U, Meester, hoe oplettend ik ben? Alles toont dat aan.

Kijk: gordijnen zonder versieringen, meubels zonder ornamenten, 

geen gebeeldhouwde vazen ​​of kroonluchters die bloemen nabootsen.

Dat is er allemaal.  Maar alles wordt beheerst door het gebod [Ex.20:4]:

'Gij zult voor uzelf geen gesneden beeld maken, 

noch enige gelijkenis van iets dat in de hemel boven, 

op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.'

Zo is het in het huis, zo is het in mijn kleding,

en die van mijn familie.


Ik bijvoorbeeld keur die versieringen

op de mantel en het gewaad van die leerling van U (Iskariot) niet goed!

U zult tegen mij zeggen: "Velen dragen die."

U zult zeggen: "Het is niets anders dan een Grieks patroon."

Goed.

Maar met die hoeken, die rondingen,

doet het te veel denken aan Egyptische symbolen.

Verschrikkelijk! Demonische figuren!

Tekens van Necromantie!

Acroniemen van Beëlzebul!

Judas van Simon, jij bewijst jezelf geen eer door ze te dragen.

En U, Meester, bewijst hem geen eer door ze hem toe te staan."


Judas reageert met een sarcastische lach.

Jezus antwoordt nederig: "Meer nog dan de tekens op de kleren,

zie Ik erop toe dat er geen horrortekens zijn op het hart van mensen.

Maar Ik zal Mijn discipel vragen – ja, vanaf nu smeek Ik hem –

om minder opzichtige kleren te dragen, 

zodat hij niemand schandaliseert."


Judas heeft een slimme zet:

"Mijn Meester heeft me inderdaad vaak gezegd

dat Hij liever eenvoudiger kleding had gezien.

Maar ik... ik deed wat ik wilde, 

omdat ik het prettig vind om zo gekleed te zijn."


"Erg, heel heel erg.

Dat een Galileeër een ​​Jood de les leert, is heel erg;

en jou dan nog wel, die van de Tempel was... oeioei!


Hilkia etaleert heel zijn schandaal,

en zijn vrienden steunen hem.


Judas is het beu om braaf te zijn. En hij antwoordt:

"O! Dan valt er veel meer pracht en praal nog af te nemen

van jullie, leden van het Sanhedrin!

Als jullie alle maskers zouden afdoen die je ziel verbergen, 

zouden jullie er heel lelijk uitzien!"


"Hoe spreek jij dan wel?"

"Als iemand die jullie kent."


"Meester! Maar hoort U dat?"

"Ik hoor het, en ik zeg dat nederigheid van beide kanten nodig is,

en waarheid van beide kanten. En wederzijds mededogen.

Alleen God is volmaakt."


"Goed gezegd, Rabbi!"

zegt een van de vrienden... een schaarse, eenzame stem 

in de groep farizeïsche en geleerde geleerden.


-joodse wijk Antwerpen-

"Slecht gezegd, hoor!" antwoordt Hilkia.

"Deuteronomium is duidelijk in zijn vervloekingen! Er staat [Deut.27:15]:

'Vervloekt zij de man die een gegraveerd of gegoten beeld maakt,

een gruwel, werk van de handen van ambachtslieden, en...'"


"Maar dit zijn kledingstukken, geen beelden!"

antwoordt Judas


"Zwijg.

Laat jouw Meester spreken.

Hilkia, wees rechtvaardig en maak onderscheid.

Vervloekt zij de man die afgodsbeelden maakt.

Maar niet hij die ontwerpen maakt die de schoonheid kopiëren

die de Schepper in de schepping heeft neer gelegd.

We plukken toch ook bloemen om te versieren..."


"Ik pluk ze niet! Noch wil ik mijn kamers ermee versierd zien!

Wee mijn vrouwen, als zij die zonde ook begaan, in hun kamers.

Alleen God mag bewonderd worden!"


"Een juiste gedachte. Alleen God.

Maar men kan God ook in een bloem bewonderen,

in het erkennend dat Hij de Schepper van de bloem is."


"Nee, nee! Heidendom! Heidendom!"


"Judith tooide zich [Jud.10:4],

en Esther versierde zich voor een heilig doel [Es.5]..."


"Vrouwen!

En de vrouw is altijd een verachtelijk wezen!"'


10 april 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd