Jezus vergelijkt Battir met Eden
402.3
Maria Valtorta:
'Jezus wendt zich tot Johanna en zegt:
"Wel, laten we nu dan Mijn goede discipel blij maken.
Ik zal, zoals jij gewenst hebt, tot jouw dienaren spreken, voor Ik vertrek."
Hij komt naar voren, naar de rand van de schaduw,
die steeds langer wordt naarmate de zon langzaam ondergaat,
die al lijkt op een sinaasappel waarvan de onderkant beschadigd is.
Beschadiging die steeds groter wordt,
naarmate de ster verdwijnt achter de bergen van Beth Ginnah,
en een vurige gloed achterlaat aan de heldere hemel.
"Geliefde vrienden, Chusas en Johanna,
en jullie, hun goede dienaren, die de Heer al kennen,
door de lippen van Mijn discipel Jonathan, sinds vele jaren,
en door de lippen van Johanna, sinds zij Mijn trouwe discipel werd,
luister!
Ik heb afscheid genomen in alle streken van Judea,
waar Ik de meeste leerlingen heb, dankzij het werk van de eerste discipelen, de herders,
en dankzij hun gehoorzaamheid aan het Woord, dat voorbijging om hen te leren redden.
Vandaag neem Ik afscheid van jullie,
want Ik zal nooit meer terugkeren naar dit prachtige Eden,
niet alleen omwille van de rozenstruiken en de vrede die hier heerst,
niet alleen vanwege de goede vrouw die hier regeert,
maar ook omdat men hier in de Heer gelooft,
en er leeft volgens Zijn Woord.
Een paradijs! Jazeker.
Wat was het paradijs van Adam en Eva?
Een schitterende tuin waar men zonder zonde leefde,
en waar de Stem van God weerklonk,
geliefd en vol vreugde verwelkomd
door Zijn eerste twee kinderen..."'
Reacties
Een reactie posten