Jezus wil preken, maar wordt Masada uitgejouwd
-spuwincidenten in Jeruzalem-
392.5
Maria Valtorta:
'De straat is smal, tussen hoge huizen.
Maar de stad, ontworpen voor verdediging, heeft haar hart aan de oostkant,
waar alles honderden meters lager ligt, en waar het smalle lint van een pad, kronkelend
met een werkelijk indrukwekkende steilheid, oprijst vanuit de vlakte,
vanaf de kust, naar de top.
Jezus gaat precies daarheen,
waar een kleine opstelling voor de oorlogsmachines is,
en begint er te spreken, en herhaalt nogmaals zijn uitnodiging
tot het Koninkrijk der Hemelen, waarvan Hij een schematische schets geeft.
En net staat Hij op het punt dit te illustreren wanneer,
door de kleine menigte heen brekend, die eerder nieuwsgierig dan gelovig is,
enkele notabelen naar voren komen, die door elkaar heen praten.
Zodra ze voor Jezus staan, roepen ze, verward
- omdat ze allemaal tegelijk praten -
en zijn het er alleen over eens
dat ze Jezus moeten wegjagen:
"Ga weg! Wij alleen zijn hier
om de kinderen van Israël te onderwijzen!"
"Weg! Onze vrouwen hoeven niet
door U berispt te worden, Galileeër!"
"Weg, Jij boosdoener!
Hoe durf Jij de vrouw van een Herodiaan te beledigen,
in een van de steden die de grote Herodes begunstigde?
Usurpator, sinds je geboorte, van zijn soevereine rechten!
Weg hier!"
Jezus kijkt hen aan, vooral de laatste,
en zegt één woord: "Huichelaars!"
"Weg! Wég!"
Een ware kakofonie van tegenstrijdige stemmen,
ieder afzonderlijk, beschuldigend,
of hun kaste verdedigend...
Niets wordt meer begrepen.
Op het smalle plein, wordt geschreeuwd
en vallen vrouwen flauw, huilen kinderen,
proberen gewapende mannen zich een weg te banen uit het fort,
en doen daarbij de menigte op het plein pijn, die daarop reageren
door Herodes en zijn soldaten, en de Messias en Zijn volgelingen te vervloeken.
Wat een kabaal!
De apostelen, dicht opeengepakt rond Jezus,
de enigen die Hem, min of meer moedig, verdedigen,
schreeuwen op hun beurt venijnige beledigingen naar hen,
en ze hebben voor elk wat wils!
Jezus roept hen terug en zegt:
"Laten we hier weggaan!
We gaan achter de stad om
en verdwijnen..."
"En voor altijd, weet je? Voor altijd!"
schreeuwt Petrus, paars van woede.
"Ja, voor altijd..."
Ze lopen een voor een de stad uit,
en de allerlaatste, ondanks alle druk van Zijn volgelingen,
is Jezus.
De bewakers, terwijl ze de "bespotte profeet" beschimpen,
zoals ze Hem noemen, allerlei grappen makend,
hebben wel genoeg gezond verstand
om snel de poort in de muur te sluiten,
en zich ertegenaan te drukken,
hun wapens gericht op het plein.'
Reacties
Een reactie posten