naar het centrale plein van Engedi
CCCXC
HET GELOOF VAN ABRAHAM VAN ENGEDI
-GELIJKENIS VAN HET PALMZAAD-
390.1
Maria Valtorta:
'Jezus gaat, tegen zonsondergang
—een vurige zonsondergang die de witte huizen van Engedi rood kleurt
en de Dode Zee facetten van zwart parelmoer geeft—
op weg naar het centrale plein.
Bij Hem is de jongeman die Hem onderdak bood,
en die Hem door de kronkelende straatjes van de stad leidt,
die werkelijk oosters zijn qua architectuur.
Om zich te beschermen tegen de zon...
—die hier, zo open op de zware zee van de Zoutzee, wel heel sterk moet zijn,
waarvan ik de indruk heb, dat er in de zomermaanden vurige winden opstijgen,
geïsoleerd als ze zijn, midden in de kale woestijn,
waarop de zon genadeloos moet branden en
de grond verschroeien—
...hebben de inwoners van Engaddi smalle straatjes gebouwd,
die nog smaller lijken door de goten en dakranden van de huizen, die ver uitsteken,
zodat je, als je omhoog kijkt, enkel een strook hemel ziet, van een felblauwe kleur,
die daarboven te voorschijn komt.
De huizen zijn hoog,
bijna allemaal twee verdiepingen, bekroond met een terras
waarop, ondanks hun hoogte, wijnranken zijn geklommen
en zich hebben verspreid om schaduw te bieden
en mensen te verrukken met trossen druiven
die, wanneer ze volledig rijp zijn onder de felle zon,
die weerkaatst op de muren en de terrasvloer,
zo zoet moeten zijn als gedroogde rozijnen.
En de wijnranken wedijveren
om verfrissing te bieden aan de mensen
én aan de talloze vogels
die, van de mus tot de duif, nestelen in Engadi,
met de torenhoge palmbomen die overal groeien,
en de fruitbomen van magnifieke weelde,
die oprijzen in de binnenplaatsen,
in de ommuurde tuinen tussen de huizen,
en die uitkijken over de steegjes,
en over de witte muren heen hangen,
met hun takken die al beladen zijn met rijpend fruit in de vrolijke zon,
en de talloze archivolten overtreffen, die op bepaalde plaatsen ware galerijen vormen,
her en der onderbroken door architectonische vereisten,
en die oprijzen naar de blauwe hemel, zo uniform, zo rijk van kleur
dat ze de indruk wekken dat, als je ze zou kunnen aanraken,
het zou zijn alsof je zwaar fluweel of glad leer aanraakt,
geschilderd en geverfd door een bekwame vakman
met die perfecte tint, dieper dan turkoois,
minder intens dan saffier,
prachtig, onvergetelijk.
En water…
Hoeveel fonteinen en kleine fonteintjes moeten er wel niet borrelen
op de binnenplaatsen en in de tuinen van de huizen,
te midden van het groen van duizenden planten!
Wandelend door de nog steeds verlaten straten,
omdat de bewoners ofwel aan het werk ofwel thuis zijn,
hoor je het gekabbel, het gebabbel, het geritsel, als evenzovele harptonen
gespeeld door een verborgen harpist.
En om hun charme te versterken,
vangen de bogen, de doorlopende hoeken van de straten die watergeluiden op,
versterken ze, vergroten ze hun aantal door echo's, maken er één harp van.
En palmbomen, palmbomen, palmbomen.
Waar een klein plein is, nauwelijks groter dan een gemeenschappelijke ruimte,
staan slanke, zeer hoge stammen die naar de hemel reiken,
en die nauwelijks heen en weer wiegen,
in de pluk rinkelende bladeren,
dicht opeengepakt aan de top van de stam,
en de schaduw,
die midden op de dag loodrecht op het kleine plein valt en het volledig bedekt,
weerkaatst nu, vreemd genoeg, op de lage muurtjes van de hoogste terrassen.
Maar de stad is schoon, vergeleken met Palestijnse steden.
Misschien hebben de huizen, zo dicht op elkaar gepakt,
of het feit dat alle binnenplaatsen en tuinen worden gecultiveerd,
de bewoners geleerd om niet al hun afval op straat te gooien,
maar het samen met het dierlijk afval te verzamelen in speciale mesthopen
om de bomen en bloemperken te bemesten,
of misschien is het een... zeer zeldzaam geval van orde.
De steegjes zijn schoon en droog,
en er zijn geen van die onaantrekkelijke stapels afgedankte groenten,
kapotte sandalen, vuile vodden, uitwerpselen en dergelijke,
die je in Jeruzalem zelf wel ziet,
in de straten iets verderop.'
Reacties
Een reactie posten