Socrates' leer over onsterfelijke ziel klopt
406.9
Maria Valtorta:
'"Wat wilden jullie van Mij weten?"
"Vandaag...
vergeef ons, Meester, als we U vermoeien met onze nieuwsgierigheid.
Maar het zijn goede nieuwsgierigheden, want we zoeken de Waarheid met liefde...
Vandaag... wilden we van Uw mensen de waarheid weten over een leer
waar al door oude Griekse filosofen op gezinspeeld werd,
en waarvan ons verteld wordt dat U ernaar terugkeert,
om die wijdser en mooier te verkondigen.
Eunike, mijn vrouw, sprak met Joden die U gehoord hadden
en ze herhaalde die woorden aan mij.
Weet U, Eunike, een Griekse, is beschaafd,
en ze kent de woorden van de wijzen uit haar vaderland.
Zij zag een parallel tussen Uw woorden
en die van een grote Griekse filosoof.
En ook in Efeze zijn Uw woorden toegekomen.
En nadat we in deze haven waren aangekomen,
sommigen voor de handel, anderen voor een ritueel,
ontmoetten we elkaar onder vrienden en spraken met elkaar.
Zakelijke belangen leiden ons niet af van het nadenken over andere, hogere zaken.
Nu onze voorraden en laadruimen vol zijn, hebben we tijd om onze twijfel op te lossen.
U zegt dat de ziel Eeuwig is.
Socrates zei dat ze onsterfelijk is.
Kent U de woorden van de Griekse meester?"
"Nee. Ik heb niet gestudeerd aan de scholen van Rome en Athene. Maar spreek.
Ik begrijp jullie volkomen. Het denken van de Griekse filosoof is Mij niet onbekend."
"Socrates, in tegenstelling tot wat wij Romeinen geloven,
en zelfs in tegenstelling tot wat jullie Sadduceeën geloven,
erkent en beweert dat de mens een ziel heeft,
en dat die onsterfelijk is.
Hij zegt dat, omdat dat zo is, de dood niets anders is dan bevrijding voor de ziel,
en haar overgang van een gevangenis naar een vrije plaats,
waar zij herenigd wordt met degenen die ze liefhad,
en waar ze de wijzen kent wier wijsheid ze heeft gehoord,
en de groten, de helden, de dichters,
en waar ze geen onrecht of pijn meer vindt.
Maar eeuwig geluk in een vredig verblijf,
toegankelijk voor onsterfelijke zielen
die rechtvaardig hebben geleefd.
Wat zegt U, Meester?"
"Voorwaar, Ik zeg je, dat de Griekse leermeester,
hoewel hij in de dwaling van een onware religie verkeerde,
gelijk had toen hij sprak over de onsterfelijke ziel.
Als zoeker naar de Waarheid en cultivator van de Deugd,
voelde hij diep in zijn ziel de stem van de onbekende God,
de ware God, de ene God: de allerhoogste Vader van wie Ik kom
om de mensen naar de Waarheid te leiden."'
Reacties
Een reactie posten