verslag van Simon en Judas, terug van Bethanië - o.a. dat Lazarus erg ziek is
LAAT OP DE AVOND
TERUG VAN BETHANIË...
393.4
Maria Valtorta:
"We hadden niet gedacht dat we Jou hier al zouden aantreffen, Meester!
We hebben onvermoeibaar gelopen, bijna altijd via kortere routes
om te voorkomen dat we zouden worden tegengehouden.
Maar we kwamen een paar discipelen tegen
en hebben Johanna en Elise gewaarschuwd
dat ze ons binnenkort zullen zien,"
legt Simon Zeloot uit.
"Ja, en Simon liep als een jonge man!
Meester, we hebben onze boodschap overgebracht.
Lazarus is erg ziek. De hitte maakt zijn lijden nog erger.
Hij raadt ons aan om snel naar hem toe te gaan...
Meester,
behalve naar de Antonia, om een geschenk te geven aan Egla
die Claudia wilde bedanken voor ze naar Jericho vertrok,
ben ik nergens geweest. Is dat niet waar, Simon?"
"Dat klopt. En we gingen naar de Antonia op het uur van de sext,
op een zwoele dag waarop iedereen werd aangeraden binnen te blijven.
Terwijl Judas met Claudia sprak, die door Albula Domitilla de tuin in was geroepen,
werd ik door de andere dames ondervraagd. Ik denk niet dat ik er verkeerd aan heb gedaan
om hen zo goed mogelijk uit te leggen wat ze wilden weten."
"Je hebt goed gehandeld. Er is in hen echt een verlangen om de Waarheid te kennen."
"En in Claudia is er een oprecht verlangen om Jou te helpen.
Zij stuurde Egla weg, die Plautina en de anderen ging begroeten,
en stelde mij veel vragen. Als ik het goed begrepen heb, wil ze Pontius overhalen
om de lasterpraatjes van de farizeeën, sadduceeën, enzovoort, niet te geloven.
Pontius vertrouwt zijn centurio's tot op zekere hoogte, ze zijn goed in de strijd...
maar niet erg geschikt voor gezantschappen.
En hij maakt veelvuldig gebruik van zijn vrouw,
die wel heel intelligent moet zijn, bijna sluw,
om dingen met zekerheid te weten.
In werkelijkheid is Claudia de proconsul.
Hij moet een onbeduidend persoon zijn
die hoog in aanzien staat, omdat zij de macht en raad heeft.
Zij wilden ons geld geven voor Jouw armen.
Hier is het!"
"Wanneer zijn jullie aangekomen?
Jullie lijken niet moe en stoffig..."
vraagt Jacobus van Zebedeüs.
"Tussen het derde en zesde uur.
We gingen naar Keriot, om te kijken of mijn moeder daar was,
en om haar te verwittigen van Jouw komst.
Maar ik heb me gehouden aan wat Jij wenste, Meester.
Ik heb me niet laten verleiden door menselijke verlangens.
Is dat niet waar, Simon?"
"Dat is waar."
"Je hebt goed gehandeld.
Gehoorzaam altijd, en je zult gered worden."
"Ja, Meester.
O! Nu ik weet dat Claudia bij ons is,
heb ik geen dwaze haast meer.
Alles uit liefde, echter.
Je moet het ermee eens zijn.
Ongeordende liefde...
Ongeordend omdat ze zich niet beschermd voelde,
niet in staat om te helpen het doel te bereiken,
namelijk Jou geliefd te maken,
gerespecteerd te worden
zoals Je verdient, zoals het hoort.
Nu ben ik rustiger.
Ik ben niet langer bang.
En het is me zelfs zoet om te wachten..."
Judas dagdroomt.
"Geef niet toe aan dromen, Judas.
Sta stevig in de waarheid. Ik ben het Licht van de wereld,
en het Licht zal altijd gehaat worden door de duisternis..."
waarschuwt Jezus.
De maan is opgekomen.
Haar witte gloed baadt het landschap,
maakt gezichten bleek, werpt een zilveren gloed op huizen en planten.
De walnotenboom in het oosten is erin gehuld.
De nachtegaal neemt de uitnodiging van de maan aan
en laat het lange, melodieuze lied horen dat hij bewaard had
om de nacht en de maan te begroeten.'
Reacties
Een reactie posten