voor Jezus meiklokjes net een van meest geliefde
412.2
M. Valtorta:
'"Meester, hou Jij van deze bloemen?"
vraagt Thomas aan de Meester, die zwijgend heeft geluisterd.
"Ik hou van alles wat er is.
Maar deze bloemen behoren tot mijn meest geliefde..."
"Waarom?" vragen sommigen.
En tegelijk vraagt Judas:
"Hou Je ook van adders?"
en hij lacht.
"Ook van die. Ze zijn nuttig..."
"Waarvoor dan?" vragen sommigen.
"Om te bijten. Ah! Ah! Ah!"
lacht Judas aanstootgevend.
"Dan zul jij ze wel heel erg aardig vinden!" antwoordt Thomas,
waarmee hij het gelach onderbreekt met een zeer expliciete insinuatie.
Nu zijn het de anderen die lachen, om die rake opmerking.
Jezus lacht niet.
Sterker nog, Hij ziet er bleek en bedroefd uit.
Hij kijkt naar Zijn twaalf discipelen, in het bijzonder naar de twee tegenstanders,
de ene boos, de andere streng, en Hij antwoordt naar allen toe
om Iskariot in het bijzonder van repliek te dienen.
"Als God ze heeft gemaakt, is het een teken dat ze nuttig zijn.
Er is niets nutteloos of volkomen schadelijk in de schepping.
Alleen het Kwaad is overduidelijk en uitsluitend schadelijk,
en wee degenen die zich daardoor laten bijten!
Een van de vruchten van zijn beet
is het onvermogen om goed van kwaad te onderscheiden,
is de afwijking van de rede en het verdorven geweten naar dingen die niet goed zijn,
en is de geestelijke blindheid waardoor, o Judas van Simon,
men de kracht van God niet meer ziet schijnen op de dingen,
hoe klein ze ook zijn.
Deze bloem wordt bezongen om haar schoonheid, om haar geur, om haar vorm zo anders dan die van elke andere bloem, om die dauwdruppel die trilt en glinstert, zwevend aan de wasachtige rand van het kleine blaadje, en die lijkt op een traan van dankbaarheid voor de Schepper, die alles heeft gemaakt, en alles goed, alles nuttig, alles gevarieerd.
Maar er wordt gezegd dat alles prachtig was voor onze eerste ouders, totdat ze de staar van de zonde ontwikkelden... En alles sprak tot hen over God, totdat op de dingen, of liever gezegd, in hun pupillen het humeur werd ingeprent dat hun vermogen om God te zien vervormde...
Ook vandaag openbaart God zich des te meer,
naarmate de geest koning is in een schepsel..."
"Salomo zong over de wonderen van God, en David ook...
en zij hadden zeker niet de geest als koning!
Meester, deze keer heb ik Je te pakken."
"Jij brutale!
Hoe durf jij dat te zeggen?"
snauwt Bartholomeüs.
"Laat hem maar praten...
Ik schenk er geen aandacht aan.
Woorden die de wind verspreidt,
en waarvan gras noch planten geschandaliseerd raken.
Wij, de enigen die ze horen, weten ze het gewicht te geven dat ze verdienen, niet?
En we herinneren ze ons al niet meer.
Jongeren zijn vaak onbezonnen, Bartholomeüs.
Heb medelijden met ze..."'
Reacties
Een reactie posten