Bartholomeüs leert meisje God kennen als Vader - vijand niet te haten e.a.


427.4

Maria Valtorta:

'"Maar ik weet nog steeds niet wat voor iets God is. 

Ik zie Hem als een mens, zoals jij... Hij is dus een mens, God. 

En hoe kunnen we Hem dan begrijpen? Hoe kan Hij sterker zijn dan wie dan ook? 

Hij heeft geen zwaarden en geen dienaren..."


"Meester, help mij..."

"Maar nee, Nathanaël! Je geeft zo goed les..."

"Dat zeg Jij uit vriendelijkheid... 

Laten we in elk geval proberen verder te gaan. 


Luister, meisje... 

God is geen mens. 

Hij is als een licht, een blik, een geluid, 

zo groot dat Hij hemel en aarde vult 

en alles verlicht, alles ziet, alles onderricht, 

en alles ordent..."


"Ook de Romein? Dan is Hij geen goede God. Ik ben bang!"

"God is goed en geeft goede orders, en Hij gaf de mensen de opdracht 

om geen oorlog te voeren, om geen slaven te maken, 

om kleine meisjes bij hun moeders te laten

en jonge meisjes niet bang te maken. 

Maar mensen luisteren niet altijd naar Gods geboden."


"Jij wel, daarentegen..."

"Ik wel."


"Maar als Hij sterker is dan alles, 

waarom dwingt Hij de mensen dan niet tot gehoorzaamheid? 

En hoe kan Hij spreken, als Hij geen mens is?"


"God... oh! Meester!..."

"Ga verder, Bartholomeüs. Je bent zo'n wijze leraar!

Je kunt de meest verheven gedachten met zo'n eenvoud verwoorden, en toch ben je bang? 

Weet je dan niet dat de Heilige Geest op de lippen is van hen die Rechtvaardigheid onderwijzen?"


"Het lijkt zo makkelijk als je naar Jou luistert... en al Jouw woorden zijn hier binnenin... 

Maar om ze naar buiten te brengen wanneer je dat moet doen wat Jij doet!... 

Oh! Wat een ellende voor ons arme mensen! Waardeloze leraren zijn we!"


"Het erkennen van je eigen nietswaardigheid bereidt de geest voor

op het onderricht van de Geest Parakleet..."


"Goed. 

Luister, kind. 

God is sterk, heel sterk, sterker dan Caesar, 

sterker dan alle mensen samen met hun legers en oorlogsmachines. 

Maar Hij is geen meedogenloze baas, die degenen die niet ja zeggen, 

onder dreiging van een zweep straft. 

Hij is een vader, God. 

Hield jouw vader van je?"


"Heel erg! 

Hij noemde me Aurea Galla,

omdat goud kostbaar is en Gallië zijn vaderland, 

en hij zei dat ik hem dierbaarder was dan al het goud dat hij ooit bezat 

en dan zijn vaderland..."


"Sloeg jouw vader je?"

"Nee. Nooit. Zelfs als ik stout was, zei hij tegen me: 'Mijn arme dochter!' 

en hij huilde..."


"Zie je wel! Dat is wat God doet. 

Hij is een vader, Hij houdt van ons en Hij huilt als we stout zijn.

Maar Hij dwingt ons niet om Hem te gehoorzamen.

Maar wie stout is, zal op een dag met afschuwelijke martelingen worden gestraft..."


"O! Prachtig! Die baas die me bij mijn moeder heeft weggehaald,

en mij naar het eiland heeft gebracht, 

en die Romein, gemarteld!

En zal ik het zien?"


"En jij zult God van dichtbij zien, 

als je in Hem gelooft en als je goed bent. 

Maar om goed te zijn, mag je zelfs die Romein niet haten."

"Nee? Hoe kan ik dat doen?!"

"Door voor hem te bidden of..."


"Wat is bidden?"

"Met God praten, Hem vertellen wat we willen..."


"Maar ik wil een vreselijke dood voor de bazen!"

zegt het meisje met wilde felheid.


"Nee, dat mag je niet. 

Jezus houdt niet van je, als je dat zegt..."


"Waarom?"

"Omdat we degenen die ons kwaad hebben gedaan, niet mogen haten."

"Ik kan niet van ze houden, maar..."

"Vergeet ze nu eventjes... Probeer hen te vergeten. 

Dan, als je meer... over God hebt geleerd, 

zul je voor ze bidden..."'


2 mei 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel