meisje leert wat ziel is ('licht, geluid en blik' in hart) - krijgt naam Christiana


427.5

Maria Valtorta:

'"We zeiden dus, dat God machtig is, maar dat Hij Zijn kinderen vrij laat."

"Ben ik een dóchter van God? Heb ik twee vaders? Hoeveel kinderen heeft Hij?..."


"Álle mensen zijn kinderen van God, omdat Hij ze heeft gemaakt. 

Zie je de sterren daarboven? Hij heeft ze gemaakt. 

En deze planten? Hij heeft ze gemaakt. 

En de aarde waarop we zitten, en die vogel die zingt, 

en de zee die zo uitgestrekt is, alles, en alle mensen.


En mensen zijn meer kinderen dan al de rest,

omdat zij kinderen zijn door dat wat de ziel genoemd wordt,

en ook licht, geluid en blik is, niet zo groot als de Zijne,

die heel de hemel en aarde vullen, maar prachtig, 

en die nooit sterven, net zoals Hij nooit sterft."


"Waar is die ziel? Heb ik er een?"

"Jazeker. In je hart.

En het is die die je heeft doen inzien dat de Romein slecht was

en die jou er zeker niet toe zal aanzetten om zoals hij te willen zijn. 

Is het niet?"


"Ja..."

Het meisje denkt even na, na dat onzekere "ja"...

Dan zegt ze vol zelfvertrouwen:

"Zeker! Het was als een stem vanbinnen en een behoefte om hulp te krijgen... 

en met een andere stem vanbinnen, maar dat was mijn stem, riep ik mijn moeder... 

want ik wist niet dat God bestond, dat Jezus bestond... 

Als ik het had geweten, had ik Hem geroepen, met die stem vanbinnen..."



"Je hebt het goed begrepen, meisje, en je zult groeien in het Licht. Ik zeg het je!

Geloof in de ware God, luister naar de stem van je ziel, maagdelijk van verworven wijsheid, maar ook maagdelijk van kwaadwilligheid, en je zult een Vader in God hebben. 

En in de dood, die de overgang is van de aarde naar de hemel voor hen die in de ware God geloven en goed zijn, zul je een plaats in de hemel hebben, dicht bij jouw Heer!" 

zegt Jezus, terwijl Hij Zijn hand op het hoofd van het meisje legt.


Ze verandert van houding en knielt neer, zeggend:

"Bij U. Het is goed om bij U te zijn. Scheid U niet van mij af, Jezus. 

Nu weet ik wie U bent, en ik werp mij voor U neer. 

In Caesarea durfde ik dat niet... 

Maar U leek mij een mens. 

Nu weet ik dat U een God bent, 

verborgen in een mens, 

en dat U mijn Vader en Beschermer bent."


"En je Redder, Aurea Galla."

"En mijn Redder. U hebt mij gered."

"En Ik zal jou nog meer redden. Je zult een nieuwe naam krijgen..."

"Wilt U de naam die mijn vader mij gaf, afnemen? 

De baas op het eiland noemde mij Aurea Quintillia, 

omdat ze ons op basis van kleur en nummer onderscheidden,

en ik de vijfde blondine was, daarom... 

Maar waarom laat U mij de naam die mijn vader mij gaf niet?"


"Ik zal hem jou niet afnemen. 

Maar aan je oude naam zul je de nieuwe naam, de eeuwige, toevoegen."

"Welke?"

"Christiana.

Omdat Christus jou heeft gered."'


2 mei 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel