mens moet, sinds erfzonde, uit vrije wil volmaakt (heilig) worden - hard werk, doorgaans vanaf 7e
428.3
Maria Valtorta:
'Maar ik spreek, ik spreek, en ik laat U niet spreken...
U hebt ons een gelijkenis beloofd!..."
"Echt, u hebt ze al gemaakt.
Het zou voldoende zijn om uw conclusie toe te passen,
en te zeggen dat zielen als wijnranken zijn..."
"Nee, Meester! Spreekt U! Ik... ik heb onzin gesproken,
en wij kunnen het werk om ze toe te passen niet zelf doen..."
"Goed. Luister dan.
Toen/Van zodra wij een dierlijk vlees hadden in de baarmoeder van onze moeder,
schiep God in de hemel een ziel om de toekomstige mens naar Zijn evenbeeld te maken
en plaatste die in het vlees dat zich in de baarmoeder vormde.
En de mens, toen zijn tijd om geboren te worden aanbrak,
werd geboren met zijn ziel,
die tot het gebruik van de rede als onbewerkt land was.
Maar toen de mens de leeftijd van de rede bereikte,
begon hij te redeneren en onderscheid te maken tussen goed en kwaad.
Zie dan, dat hij opmerkt/zich realiseert dat hij een wijngaard heeft,
die hij naar eigen goeddunken kan bewerken.
En opmerkt dat hij een wijngaardbeheerder heeft,
opzichter van deze wijngaard: zijn vrije wil.
Inderdaad,
de vrijheid om zichzelf te besturen, die God de mens, Zijn zoon, heeft gelaten,
is als een capabele dienaar, door God aan de mens, Zijn Zoon, gegeven,
om hem te helpen de wijngaard, d.w.z. de ziel, vruchtbaar te maken.
Als de mens niet hard zou hoeven werken om rijk te worden,
om zichzelf een eeuwige toekomst te creëren van bovennatuurlijke voorspoed,
als hij alles van God zou moeten ontvangen, welke verdienste zou hij dan hebben
om zichzelf in heiligheid te herscheppen, nadat Lucifer de oorspronkelijke heiligheid,
die God vrijelijk aan de eerste mensen had gegeven, had verdorven?
Het is al heel wat,
dat God de schepselen die door de erfzonde gevallen zijn,
toestaat het loon te verdienen en heiligen te zijn,
herboren, uit eigen wil, tot die oorspronkelijke natuur
van volmaakte schepselen, die de Schepper aan Adam en Eva had gegeven,
en aan hun nakomelingen, als de eerste ouders vrij waren gebleven van de erfzonde.
De gevallen mens moet weer een uitverkoren/geliefde mens worden,
door zijn eigen vrije wil.
-
Wel, wat gebeurt er dan in de zielen?
Dit.
De mens vertrouwt zijn ziel toe aan zijn wil, aan zijn vrije wil,
die de wijngaard bewerkt die tot dan toe plantloze grond is gebleven,
goede grond, maar zonder duurzame/blijvende planten.
Alleen tere grassen en kleine, vergankelijke bloemen, zijn over,
gedurende de eerste jaren van zijn bestaan, verspreid over de grond:
de instinctieve goedheid van het kind dat goed is,
omdat het nog een engel is,
zich niet bewust van Goed en Kwaad.
Je zult zeggen: "Hoe lang blijft het zo?"
Over het algemeen wordt gezegd: gedurende de eerste zes jaren.
Maar in werkelijkheid zijn er vroegrijpe redenen [cf.7.7] waarom we kinderen hebben
die al voor hun zesde verantwoordelijkheid hebben voor hun daden.
We hebben kinderen die al op drie, vierjarige leeftijd verantwoordelijk zijn voor hun daden,
verantwoordelijk omdat ze weten wat Goed en wat Kwaad is, en vrijwillig dit of dat willen.
Vanaf het moment dat een wezen onderscheid kan maken tussen een goede en een slechte daad,
is hij verantwoordelijk.
Niet eerder.
Daarom is een dwaas, zelfs op honderdjarige leeftijd, onverantwoordelijk,
maar zijn voogden dragen die verantwoordelijkheid in zijn plaats,
die liefdevol over hem en anderen moeten waken
die door de zwakzinnige of de waanzinnige geschaad zouden kunnen worden,
zodat de onbekwame zichzelf of anderen geen kwaad doet.
God schrijft de zwak- of de waanzinnige echter geen schuld toe,
omdat hij helaas geen verstand heeft.
Maar wij hebben het hier over intelligente wezens,
die geestelijk en lichamelijk gezond zijn."'
Reacties
Een reactie posten