van de beeldhouwer, zijn assistenten en zijn vijand
419.7
M. Valtorta:
'Jezus klimt in een boot die aan wal is getrokken
en spreekt vanaf dat geïmproviseerde platform tot zijn toehoorders
die, in een halve cirkel, op de oever en tussen de planten zitten.
Hij laat zich leiden door een vraag van een man:
"Onze Wet [Lev.21:16-], Meester, bestempelt degenen die ongelukkig geboren worden haast als door God getroffen, zozeer zelfs dat ze geen dienst aan het altaar mogen verrichten. Maar wat is de schuld van deze mensen? Zou het niet terecht zijn om hun ouders schuldig te verklaren, die hen ongelukkig ter wereld brengen? Vooral de moeders? En hoe moeten we deze ongelukkige kinderen behandelen?"
"Luister.
Een meesterlijke en volmaakte beeldhouwer boetseerde ooit een beeld,
en hij creëerde een werk zo perfect, dat hij verheugd was en zei:
"Ik wil dat de aarde gevuld is met zulke wonderen."
Maar hij kon de taak niet alleen aan.
Daarom riep hij anderen te hulp en zei tegen hen:
"Maak mij, naar dit voorbeeld, duizend, tienduizend even perfecte beelden.
Ik zal ze dan de laatste hand geven en expressie in hun gelaatstrekken brengen."
Maar de assistenten waren daartoe niet in staat,
mede omdat ze, behalve dat ze veel minder vaardig waren dan hun meester,
ook enigszins bedwelmd waren geraakt, nadat ze een vrucht hadden geproefd
waarvan het sap delirium en nevelen veroorzaakt.
Toen gaf de beeldhouwer hen een soort mallen en zei:
"Vorm het materiaal hierin; het zal een perfect werk worden,
en ik zal het voltooien door het met de laatste penseelstreek tot leven te wekken."
En de assistenten gingen aan het werk.
-
Maar de beeldhouwer had een grote vijand.
Vijand van hem persoonlijk, en vijand van zijn assistenten,
die met alle middelen probeerden de beeldhouwer in diskrediet te brengen
en onenigheid tussen hem en zijn assistenten te zaaien.
Daarom paste hij zijn listigheid toe op hun werk,
hier door het materiaal dat in de mal gegoten moest worden te veranderen,
en daar door het vuur te verzwakken,
en bovendien door de assistenten in slaap te sussen.
-
Zo geschiedde het dat de heerser van de wereld,
om zoveel mogelijk te voorkomen dat het werk in onvolmaakte kopieën zou verschijnen,
strenge sancties oplegde aan de modellen die onvolmaakt waren vervaardigd.
Eén van die sancties was
dat dergelijke modellen niet in het Huis van God mochten worden tentoongesteld.
Daar moet alles, of zou alles moeten, perfect zijn.
Ik zeg: zou moeten, want zo is het niet.
Zelfs als de schijn goed is, is de werkelijkheid dat niet.
De modellen die in het Huis van God aanwezig zijn, lijken onberispelijk,
maar het oog van God ontdekt in hen de meest ernstige gebreken.
Die die van het hart zijn.'
Reacties
Een reactie posten