Vergilius ('het maagdje'!...) voor-christelijke geest!
426.6
Maria Valtorta:
'Daarop zegt Livia, blozend als een vlam:
"Meester, enige tijd geleden, zochten wij ook naar U in de bladzijden van onze Vergilius.
Want voor ons zijn de profetieën van maagden van ieder geloof in Israël waardevoller dan die van uw profeten, in wie wij de invloed van eeuwen-oude overtuigingen kunnen voelen...
En we bespraken ze onderling... en vergeleken de verschillende volkeren
die in elke tijd, natie en religie U hebben ervaren.
Maar niemand heeft U zo goed ervaren als onze Vergilius [70-19BC]...
Wat hebben we die dag ook gesproken met Diomedes, de vrijgelaten Griek, astroloog, Claudia zeer dierbaar! Hij beweerde dat dit kwam doordat de tijden dichter bij elkaar lagen en de sterren spraken door hun conjuncties... En ter ondersteuning van zijn these haalde hij aan, dat de drie Wijzen uit de drie landen van het Oosten U als kind kwamen aanbidden, wat leidde tot de slachting die Rome zo ontzette...
Maar wij waren niet overtuigd, want in meer dan vijftig jaar tijd heeft niemand meer van de wijzen van de wereld over U gesproken door de stem van de sterren, hoewel zij nog dichter bij Uw huidige manifestatie stonden.
Claudia riep uit: 'We hebben de Meester nodig! Hij zal het woord van de waarheid spreken, en dan zullen we de plek en de onsterfelijke bestemming van onze grootste dichter kennen!'
Zou U het ons willen vertellen... voor Claudia...
Een geschenk om te laten zien dat U haar niet haat
vanwege haar twijfels over U..."
"Ik begreep haar reactie als Romein,
en ik koesterde geen wrok tegen haar.
Stel haar gerust. En luister.
Vergilius was niet alleen groot als dichter, toch?"
"O nee! Ook als mens!
Temidden van een reeds corrupte en verdorven samenleving, straalde hij van geestelijke zuiverheid.
Niemand kan zeggen dat ze hem wellustig zagen, als liefhebber van orgieën en losbandigheid.
Zijn geschriften zijn kuis, maar zijn hart was nog kuiser.
Zozeer zelfs dat hij op de plaatsen waar hij het meest verbleef,
'de kleine maagd' [Parthenias] werd genoemd,
bespot door de verdorvenen,
maar vereerd door de goeden.
"En, zou God dan niet weerspiegeld kunnen zijn
in de zuivere ziel van een kuise man, zelfs als die man heidens was?
Zou de Volmaakte Deugd de deugdzame niet hebben liefgehad?
En als liefde en het inzicht in de Waarheid hem geschonken werden door de pure schoonheid van zijn geest, zou hij dan niet een flits van profetie hebben kunnen ontvangen?
Profetie, wat niets anders is dan de waarheid die geopenbaard wordt aan hen die het verdienen de Waarheid te kennen, als beloning en als aansporing tot steeds grotere deugd?"
"Dus... heeft hij U werkelijk geprofeteerd?"
"Zijn geest, ontvlamd door zuiverheid en genialiteit, verhief zich tot het begrijpen van een bladzijde die Mij aangaat, en hij kan de heidense en rechtvaardige dichter genoemd worden, een profetische en voorchristelijke geest, als beloning voor zijn deugden."
"O! Onze Vergilius!!
En zal hij een beloning ontvangen?"
"Ik heb gezegd: 'God is rechtvaardig'...
Maar je moet de dichter niet navolgen door bij zijn grenzen te blijven steken.
Ga zelf verder, want de Waarheid heeft zich niet intuïtief en gedeeltelijk aan jullie geopenbaard,
maar in haar geheel, en tot jullie heeft zij gesproken!"
"Dankuwel, Meester!"'
Reacties
Een reactie posten