wederom gemor onder apostelen, vooral Judas
418.2
M. Valtorta:
'"Meester... ik heb vreselijke angst..." zegt Matteüs.
"En ik vrees dat ik koorts heb. Zo'n rivier is niet gezond in de zomer...
Dat weet Je toch," voegt Filippus eraan toe.
"Het zou nog erger zijn geweest
als we van de rivier naar de bergen van Judea waren gegaan.
Dat weten we ook," zegt de Zeloot, die medelijden heeft met Jezus,
bij Wie iedereen zijn kleine angsten en klachten uitspreekt,
en voor Wiens gemoedstoestand niemand begrip heeft.
"Laat maar, Simon. Ze hebben gelijk. Maar we zullen zo rusten...
Alsjeblief, nog even door op de weg... En hier een korte pauze.
Kijk hoe de maan naar het westen draait... Waarom die oude man al wakker maken,
en misschien ook Jozef, die nog steeds ziek is, als het straks licht is?..."
"Alles is hier nat van de dauw!
We weten niet waar te staan..."
moppert de Iskariot.
"Ben je bang dat je je gewaad verpest?
Ga weg, na deze marsen als galeislaven door stof en dauw,
is er geen reden meer om erover op te scheppen!
En bovendien...
dat zou de lieve Hilkia veel meer bevallen. Jouw Griekse... ah! ah!
Dat van je kraag en mouwen is aan flarden gerafeld
aan de doornstruiken van de Judea-woestijn,
en dat van je hals is door het zweet vergaan...
Nu ben jij een volmaakte Judeeër!..."
zegt Thomas, als altijd vrolijk.
"Een volmaakte smerige, en ik walg ervan!"
antwoordt Iskariot boos.
"Het is genoeg dat je een schoon hart hebt, Judas,"
zegt Jezus kalm. "Dat heeft waarde..."
"Waarde! Waarde!
Wij zijn uitgeput van vermoeidheid, van honger...
We verliezen onze gezondheid, en die alleen is waardevol,"
zegt Judas onbeleefd.
"Ik zal je niet met geweld vasthouden...
Jij bent degene die wil blijven."
"Nou, dan!... Ik kan het maar beter doen.
Ik ben..."
"Maar zeg dan toch de woorden die je zo raken!
Je bent 'in de ogen van het Sanhedrin gecompromitteerd'...
Maar je kunt het altijd goedmaken... en hun vertrouwen terugwinnen..."
"Ik wil het niet goedmaken...
want ik hou van Jou en ik wil bij Jou zijn."
"Dat zegj echt op een manier die meer op haat dan op liefde lijkt..."
mompelt Judas van Alfeüs tussen zijn tanden.
"Nou ja... ieder heeft zijn eigen manier om liefde te uiten."
"O ja! Er zijn er ook die van hun vrouw houden, maar haar doodslaan...
Dat soort liefde zou ik niet willen!" zegt Jakobus van Zebedeüs,
in een poging het incident met een grap te beëindigen.
Maar niemand lacht.
Maar, godzijdank, niemand antwoordt.
Jezus adviseert: "Laten we op de drempel gaan zitten.
De dakgoot is breed en houdt de regen tegen, en er is die overkapping
die als fundering voor het huisje dient..."
Ze gehoorzamen zonder iets te zeggen
en gaan, bij het huisje aangekomen, in een rij aan Zijn voeten zitten.
Maar Thomas' simpele opmerking: "Ik heb honger!
Van die nachtelijke wandelingen krijg je honger!"
wakkert de kwestie weer aan.
"Van wandelen? We hebben dagenlang niets gegeten!
antwoordt Iskariot opnieuw.
"Bij Nike en Zacheüs hebben we wel gegetenm en goed,
en Nike gaf ons zoveel dat we het aan de armen moesten geven, omdat het anders zou bederven.
We hebben nooit gebrek aan brood gehad. Die karavaanleider gaf ons ook brood en eten..."
merkt Andreas op.
Judas, die het niet kan ontkennen,
blijft zwijgend.'
Reacties
Een reactie posten