toornig hart kan geen Tempel van God zijn
447.2
Maria Valtorta:
'"Hoe mooi is het gebed van David, onze koning, toen hij,
geheiligd door oprecht berouw over zijn vroegere zonden en door jaren van wijs gedrag,
de Heer prees, zachtmoedig en berustend in het besluit dat hij niet de bouwer kon zijn
van de nieuwe Tempel!
Laten we het samen opzeggen,
ter ere van de Allerhoogste Heer..."
En Jezus spreekt het gebed van David [1Kron.29:10-19] uit
– terwijl zij die zitten opstaan en zij die tegen de muren leunen een respectvolle houding aannemen
en hun steun loslaten.
En dan vervolgt Jezus op Zijn gebruikelijke toon:
"We moeten altijd bedenken dat alles in Gods handen is, elke onderneming, elke overwinning.
Pracht, macht, glorie en overwinning zijn van de Heer.
Hij schenkt de mens het ene of het andere,
als Hij het tijd acht om het te schenken
voor een bepaald goed.
Maar de mens kan het niet eisen.
Aan David, die vergeven was,
maar na zijn vroegere fouten nog steeds zelfoverwinning nodig had,
staat God niet toe de Tempel te bouwen:
'Gij hebt veel bloed vergoten en vele oorlogen gevoerd;
daarom kunt gij geen huis bouwen voor Mijn naam,
nadat ge zoveel bloed voor Mijn aangezicht hebt vergoten.
Er zal u een zoon geboren worden die een man van vrede zal zijn...
daarom zal hij de Vredestichter genoemd worden...
hij zal een huis bouwen voor Mijn naam.'
Zo sprak de Allerhoogste tot zijn dienaar David.
Zo spreek Ik tot jullie.
Willen jullie, door toornig te zijn, het niet langer verdienen
om in jullie harten een huis voor de Heer, je God, te bouwen?
Daarom weze ver van jullie, élke emotie die geen liefde is.
Wees volmaakt van hart, zoals David bad voor zijn zoon, de bouwer van de tempel,
zodat je, Mijn geboden nalevend en alles doend volgens wat Ik jullie heb geleerd,
erin slaagt om in je hart de woonplaats van je God te bouwen,
totdat je naar Zijn eeuwige en vreugdevolle woning gaat."'
Reacties
Een reactie posten