joden vs heidenen in Afeka

CDLVII

TOESPRAAK IN AFEKA

NA EEN TWIST TUSSEN GELOVIGEN EN ONGELOVIGEN

SARA WORDT EEN DISCIPEL

(huidige kibboets Afik)

457.1

Maria Valtorta:

'Jezus spreekt tot de inwoners van Afeka vanaf de drempel van Sara's voorraadschuur. Hij spreekt tot een zeer diverse menigte, meer nieuwsgierig dan aandachtig, waarin Joden het minst talrijk zijn, terwijl de meerderheid bestaat uit voorbijgangers, kooplieden, pelgrims, sommigen op weg naar het meer, sommigen klaar om af te dalen naar de doorwaadbare plaats bij Jericho, sommigen afkomstig uit oosterse steden en op weg naar de kuststeden.

Voorlopig is het geen echte redevoering, maar eerder Jezus' antwoorden op het een en ander, een dialoog waarnaar niettemin door iedereen geluisterd wordt, zij het met verschillende gevoelens, duidelijk af te lezen aan de gelaatsuitdrukkingen en aan woorden van aanwezigen, waaruit ik ook begrijp wie ze zijn en waar ze naartoe gaan. De dialoog verandert soms van toon en van karakter, omdat hij, door Jezus links te laten liggen, een twist wordt tussen aanwezigen, gevoed door raciale spanningen en verschillen in levensvisie.

Zo raakt een oude man uit Joppa in een confrontatie verwikkeld met een koopman uit Sidon, die de Meester verdedigt tegen het ongeloof van de Jood, die weigert te erkennen dat Jezus de Verwachte van de volkeren is. En in een stortvloed aan Bijbelcitaten, al dan niet correct toegepast, en beantwoord door de eenvoudige bewering van de Syro-Feniciër: "Het kan me niet schelen wat deze woorden betekenen, maar ik zeg dat Hij het is, omdat ik Zijn wonderen heb gezien en Zijn woorden heb gehoord!"... deint de discussie uit, want ook anderen mengen zich erin en roepen tegen Christus: "Beelzebub helpt Hem. De Heilige van God is niet zo. Dat is een koning. Dat is geen valse rabbi en geen bedelaar!"

En zij die het met de Sidoniet eens zijn: "Wijzen zijn arm omdat ze eerlijk zijn! Filosofen zijn niet getooid met goud en arrogantie, zoals jullie valse rabbi's en priesters!" En het is duidelijk dat ze dit zeggen omdat ze geen Joden zijn, maar niet-Joden van verschillende nationaliteiten, toevallig in Palestina, of daar genaturaliseerd, maar met een heidense geest.

"Heiligschennis!"

"Jullie zijn heiligschenners, die de goddelijkheid van zijn gedachten niet eens beseffen!" antwoorden sommigen.

"Jullie verdienen har niet. Maar bij Zeus! Wij hebben Socrates vertrapt, en dat is ons niet goed bekomen. Pas op, zeg ik. Pas op, anders zullen de goden jullie neerslaan zoals ons dat al zo vaak is overkomen!" roept iemand, ongetwijfeld een Griek.

"Huh! De verdedigers van de koning van Israël! Heidenen!"

"En Samaritanen! En wij zijn er trots op dat we dat zijn, want wij zouden beter dan jullie weten hoe de Rabbi te bewaken als Hij naar Samaria zou komen. Maar jullie... Jullie hebben de Tempel gebouwd. Prachtig. Maar het is een graf vol verval, ook al hebben jullie hem bedekt met goud en kostbaar marmer!" roept een lange gestalte, gekleed in linnen met ruches en borduursels, riemen, linten, armbanden, vanaf de rand van de menigte...

"Poeh! Een Samaritaan!"

Ze lijken te zeggen: "De duivel!" zozeer zelfs dat de onverzettelijke Joden vol afschuw opzij springen alsof ze voor een melaatse vluchten. En terwijl ze voor hem wegvluchten, roepen ze naar Jezus: "Verjaag hem! Hij is onrein..."

Maar Jezus verjaagt niemand.

Hij probeert orde en stilte te scheppen,

en de apostelen met Hem,

zonder veel succes.'


15 juli 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel