Doras, pronkerig-elitair, wil Jezus farizeeër maken
109.9 Maria Valtorta: 'Nu ziet men het huis van de Farizeeër. Breed, laag, maar goed gebouwd, midden in een nu kale boomgaard. Een landhuis, maar dan luxueus en comfortabel. Petrus en Simon gaan voorop om Jezus aan te kondigen. Doras komt naar buiten. Een oude man, met het harde profiel van een oude roofvogel. Spottende ogen, een slangenmond die kronkelt in een valse glimlach tussen zijn baard die meer wit dan zwart is. "Heil met U, Jezus!" begroet hij Hem familiair, en met duidelijke neerbuigendheid. Jezus zegt niet: "Vrede". Hij antwoordt: "Moge uw groet naar u terugkeren." "Kom binnen! Het huis heet U welkom. U was punctueel als een koning." "Als een eerlijk man," kaatst Jezus terug. Doras lacht als om een grapje. Jezus draait zich om, en zegt tegen de ongenode discipelen: "Kom binnen... Zij zijn mijn vrienden." "Laat ze binnenkomen... maar... is dat niet de tollenaar, de zoon van Alfeüs?" "Dat is Matteüs...