koopman biedt onderdak aan in zijn karavanserai
-Karavanserai (Eugène Flandin)- 287.6 Maria Valtorta: 'De karavaan vertrekt weer en rijdt snel de drukke stad binnen, door de poort die bewaakt wordt door torens. De koopman keert terug naar Jezus: "Wilt U nog steeds bij me blijven?" "Als u Mij niet wegjaagt, waarom zou ik dat niet doen?" "Om wat ik U verteld heb. Voor U, die Heilig bent, moet ik wel walgelijk zijn." "O nee! Ik ben gekómen voor mensen zoals u. Ik hou van jullie, want jullie zijn het meest behoeftig. U kent Mij nog niet, maar ik ben de Liefde die voorbijgaat, smekend om liefde"... "Dus U haat mij niet?" "Ik hou van u." De man heeft een glinstering in zijn diepe ogen. Maar hij zegt met een glimlach: "Dan blijven we samen! Ik blijf drie dagen in Gerasa voor zaken. Daar laat ik de muilezels achter voor kamelen. Ik heb een herberg op de belangrijkste halteplaatsen en een bediende die voor de dieren zorgt die ik daar achterlaat. En wat gaat U doen?" ...