koopman biedt onderdak aan in zijn karavanserai
287.6
Maria Valtorta:
'De karavaan vertrekt weer
en rijdt snel de drukke stad binnen,
door de poort die bewaakt wordt door torens.
De koopman keert terug naar Jezus:
"Wilt U nog steeds bij me blijven?"
"Als u Mij niet wegjaagt, waarom zou ik dat niet doen?"
"Om wat ik U verteld heb. Voor U, die Heilig bent, moet ik wel walgelijk zijn."
"O nee! Ik ben gekómen voor mensen zoals u.
Ik hou van jullie, want jullie zijn het meest behoeftig.
U kent Mij nog niet, maar ik ben de Liefde die voorbijgaat,
smekend om liefde"...
"Dus U haat mij niet?"
"Ik hou van u."
De man heeft een glinstering in zijn diepe ogen.
Maar hij zegt met een glimlach: "Dan blijven we samen!
Ik blijf drie dagen in Gerasa voor zaken. Daar laat ik de muilezels achter voor kamelen.
Ik heb een herberg op de belangrijkste halteplaatsen en een bediende die voor de dieren zorgt
die ik daar achterlaat. En wat gaat U doen?"
"Ik ga evangeliseren op de sabbat.
Ik zou u hebben achtergelaten als u niet was gestopt,
want de sabbat is heilig voor de Heer."
De man fronst, denkt na en knikt, alsof hij het moeilijk vindt:
"Ja... Het is waar. Die is heilig voor de God van Israël.
Die is heilig. Die is heilig."
Hij kijkt naar Jezus...
"Ik zal hem aan U wijden, als U me toestaat."
"Aan God, niet aan Zijn Dienaar."
"Aan God en aan U, door naar U te luisteren.
Ik zal vandaag en morgenochtend mijn zaken regelen.
En dan zal ik naar U luisteren.
Gaat U naar een herberg?"
"Natuurlijk. Ik heb vrouwen bij Me,
en Ik ben hier onbekend."
"Dit is die van mij.
Ze is van mij omdat mijn stallen er jaar na jaar staan.
Maar ik heb grote ruimtes voor handelswaar. Als U meent..."
"Moge God het u belonen. Laten we gaan!"'
Reacties
Een reactie posten