Maria opgewacht door Jozef, koningen van haar stam...
651.12
Maria zegt:
'De nadering van de eeuwige Liefde had het teken dat ik me had voorgesteld.
Alles verloor licht en kleur, stem en aanwezigheid onder de straling en de Stem
die, neerdalend uit de Hemel, open voor mijn geestelijke blik,
zich neerboog naar mij om mijn ziel te grijpen.
Er wordt vaak gezegd dat ik me verheugd zou hebben als ik,
in dat uur, bijgestaan was door mijn Zoon.
Maar mijn lieve Jezus was zeer aanwezig bij de Vader
toen de Liefde, d.w.z. de H. Geest, de 3e Persoon van de eeuwige Drieëenheid,
mij Zijn derde kus in mijn leven gaf, zo krachtig goddelijk dat mijn ziel erin uitgeademd werd,
zich verliezend in de contemplatie als een dauwdruppel die wordt opgezogen door de zon
in de kelk van een lelie.
En ik steeg op met mijn geest,
hosanna zingend tot de voeten van de Drie die ik altijd had aanbeden.
Toen,
op het juiste moment,
als een parel in een vurige omgeving,
eerst geholpen, daarna gevolgd door de schare engelen
die mij kwamen bijstaan in mijn eeuwige, hemelse geboorte,
die al voor de drempel van de hemel werd afgewacht door mijn Jezus,
en op de drempel door mijn rechtvaardige aardse echtgenoot,
door de koningen en patriarchen van mijn geslacht/stam,
door de eerste heiligen en martelaren,
trad ik als Koningin,
na zoveel pijn en zoveel nederigheid als arme dienstmaagd van God,
het Koninkrijk van Grenzeloze Vreugde binnen.
En de hemel sloot zich om mij heen,
uit vreugde van mij te hebben, z'n Koningin te hebben,
wier lichaam, uniek onder alle sterfelijke lichamen,
de verheerlijking kende vóór de ultieme opstanding
en het Laatste Oordeel.'
Reacties
Een reactie posten