heilige grootouders 5
9.4
Jezus zegt:
'Angsten, vrezen, beproevingen en verleidingen.
Maar trouw, trouw, trouw, altijd, aan God.
De sterkste verleiding: jezelf toch niet de troost ontzeggen
van je dochter om je heen, in je afnemende leven!
Maar kinderen zijn van God, vóór hun ouders.
En ieder kind mag zeggen wat Ik tegen Mijn Moeder zei:
"Weet je dan niet dat Ik de belangen van de Vader in de hemel moet dienen?"
En iedere moeder, iedere vader moet de houding leren die je moet hebben,
kijkend naar Maria en Jozef in de tempel,
naar Anna en Joachim in het huis van Nazareth,
dat steeds kaler en droeviger wordt,
maar waarin iets nooit afneemt,
maar steeds meer groeit:
de heiligheid van twee harten,
de heiligheid van een huwelijk.
Wat blijft er over aan licht
voor de zieke Joachim en voor zijn bedroefde vrouw,
in de lange en stille avonden, van oude mensen,
die voelen dat ze gaan sterven?
De jurkjes, de eerste sandaaltjes,
het arme speelgoed van hun verre kleintje,
en de herinneringen, de herinneringen, de herinneringen.
En, met die laatste, een Vrede die ontstaat, door te zeggen:
"Ik lijd, maar ik heb mijn plicht van Liefde jegens God gedaan."
En dan, kijk, dan is er een boven-menselijke Vreugde,
die schijnt met een hemels Licht, onbekend voor de kinderen van de wereld,
en die niet donkerder wordt om met zware oogleden op twee stervende ogen te vallen,
maar in het laatste uur nóg helderder schijnt, en waarheden belicht
die je hele leven al in je zaten, opgesloten als vlinders in 'n cocon,
en alleen door zachte bewegingen tekenen gaven dat ze er waren,
in de vorm van licht-flitsen...
terwijl ze nu hun zonnige vleugels openen
en de woorden laten zien die hen versieren.
En het leven wordt uitgedoofd
in de kennis van een gezegende toekomst
voor hen en voor hun afkomst,
en met een zegen op hun lippen
voor hun God.'
Reacties
Een reactie posten