verleiding: vrucht die vervloekt is
128.2
Maria Valtorta:
'Jezus is verdrietig.
Hij zegt:
"En wanneer heb je zondigde, heb je dan niet aan je moeder gedacht?
Was je zo vedwaasd dat je je niet meer kon herinneren dat je op aarde een moeder
en in de hemel een God hebt?
En als melaatsheid niet was opgetreden, zou je je dan ooit hebben gerealiseerd
dat je God en de mensen om je heen had beledigd?
Wat heb je je ziel aangedaan? En je jeugd?"
"Ik werd verleid..."
"Ben jij dan een kind dat niet weet dat die vrucht vervloekt werd?
Je verdient het om zonder medelijden te sterven."
"Oh! Medelijden! Alleen U kunt..."
"Nee, niet ik, God. En als je zweert, dat je niet meer zult zondigen."
"Ik zweer het. Ik zweer het. Red mij, Heer.
Ik heb nog maar een paar uur voordat de uitspraak komt.
Mam!... Mam! Help me met je tranen!... Oh! Moeder!"
De vrouw heeft geen stem meer.
Ze klampt zich alleen nog vast aan de benen van Jezus
en heft haar gezicht op, met ogen verwijd van de pijn.
Het is een tragisch gezicht, als van iemand die verdrinkt en weet
dat dit de laatste steun is die haar vasthoudt en haar kan redden.
Jezus waakt over haar.
Hij glimlacht vol medelijden:
"Sta op, moeder. Uw zoon is genezen.
Maar door ú, niet door hem."
De vrouw gelooft het nog steeds niet.
Het lijkt haar dat hij op die afstand niet genezen kan worden,
en ze maakt ontkenningstekens, tussen het aanhoudende zuchten door.
"Man, doe je tuniek uit, van je borst.
Daar had je de vlek. Moge je moeder getroost worden."
De jongeman trekt zijn kleren uit, en verschijnt met naakt bovenlijf voor ieders ogen.
Het heeft niets anders dan de gladde, egale huid van een goed gebouwde jongeman.
"Kijk, moeder!" zegt Jezus
en hij bukt zich voorover om de vrouw op te tillen.
Een gebaar dat haar ook tegenhoudt, wanneer haar moederliefde
en het zien van het wonder haar ertoe aanzetten
zich op haar zoon te storten zonder te wachten
tot hij gezuiverd is.
Omdat ze niet in staat is om daar te komen waar de moederliefde haar heen drijft,
legt ze haar hoofd neer tegen Jezus en kust hem in een ware extase van vreugde.
Ze huilt, lacht, kust, zegent Hem... en Jezus streelt haar met medelijden.
Dan zegt Hij tegen de jongeman:
"Ga naar de priester. En vergeet niet dat God je omwille van je moeder heeft genezen
en dat je in de toekomst rechtschapen moet zijn. Ga!"
De jongeman vertrekt, nadat hij de Verlosser heeft gezegend.
Op een afstandje volgen zijn moeder
en de anderen die bij haar waren.
De menigte juicht.'
Reacties
Een reactie posten