verleiding: vrucht die vervloekt is


-Adam en Eva verdreven uit Paradijs (Benjamin West)-

128.2

Maria Valtorta:

'Jezus is verdrietig.


Hij zegt:

"En wanneer heb je zondigde, heb je dan niet aan je moeder gedacht?

Was je zo vedwaasd dat je je niet meer kon herinneren dat je op aarde een moeder

en in de hemel een God hebt?

En als melaatsheid niet was opgetreden, zou je je dan ooit hebben gerealiseerd

dat je God en de mensen om je heen had beledigd?

Wat heb je je ziel aangedaan? En je jeugd?"


"Ik werd verleid..."


"Ben jij dan een kind dat niet weet dat die vrucht vervloekt werd?

Je verdient het om zonder medelijden te sterven."


"Oh! Medelijden! Alleen U kunt..."

"Nee, niet ik, God. En als je zweert, dat je niet meer zult zondigen."


"Ik zweer het. Ik zweer het. Red mij, Heer.

Ik heb nog maar een paar uur voordat de uitspraak komt.

Mam!... Mam! Help me met je tranen!... Oh! Moeder!"


-idem (John Faed)-

De vrouw heeft geen stem meer.

Ze klampt zich alleen nog vast aan de benen van Jezus

en heft haar gezicht op, met ogen verwijd van de pijn.

Het is een tragisch gezicht, als van iemand die verdrinkt en weet

dat dit de laatste steun is die haar vasthoudt en haar kan redden.


Jezus waakt over haar.

Hij glimlacht vol medelijden:

"Sta op, moeder. Uw zoon is genezen.

Maar door ú, niet door hem."


De vrouw gelooft het nog steeds niet.

Het lijkt haar dat hij op die afstand niet genezen kan worden,

en ze maakt ontkenningstekens, tussen het aanhoudende zuchten door.


"Man, doe je tuniek uit, van je borst.

Daar had je de vlek. Moge je moeder getroost worden."


De jongeman trekt zijn kleren uit, en verschijnt met naakt bovenlijf voor ieders ogen.

Het heeft niets anders dan de gladde, egale huid van een goed gebouwde jongeman.


"Kijk, moeder!" zegt Jezus

en hij bukt zich voorover om de vrouw op te tillen.

Een gebaar dat haar ook tegenhoudt, wanneer haar moederliefde

en het zien van het wonder haar ertoe aanzetten

zich op haar zoon te storten zonder te wachten

tot hij gezuiverd is.


Omdat ze niet in staat is om daar te komen waar de moederliefde haar heen drijft,

legt ze haar hoofd neer tegen Jezus en kust hem in een ware extase van vreugde.

Ze huilt, lacht, kust, zegent Hem... en Jezus streelt haar met medelijden.


Dan zegt Hij tegen de jongeman:

"Ga naar de priester. En vergeet niet dat God je omwille van je moeder heeft genezen

en dat je in de toekomst rechtschapen moet zijn. Ga!"


De jongeman vertrekt, nadat hij de Verlosser heeft gezegend.

Op een afstandje volgen zijn moeder

en de anderen die bij haar waren.

De menigte juicht.'


12 maart 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel