Posts

Er worden posts getoond met het label vorming

maria hemelvaart 2

Afbeelding
649.3-4 Maria Valtorta: '"Ik ben gewend de pijn van de scheiding van Hem te verdragen. Altijd pijn, want Zijn aanwezigheid en nabijheid waren mijn hemel op aarde. Maar ook altijd gewillig en sereen verdragen, omdat elke daad van Hem door Zijn Vader gewenst was, gehoorzaamheid aan de Goddelijke Wil was, en daarom aanvaardde ik het, omdat ook ik altijd Gods wensen en plannen voor mij heb gehoorzaamd. Wanneer Jezus mij verliet, leed ik.  Zeker wel. Ik voelde mij alleen. Mijn pijn toen Hij, als kind, me in het geheim verliet vanwege het dispuut met de tempelgeleerden,  heeft alleen God in zijn ware intensiteit kunnen meten. Maar toch, afgezien van de terechte vraag die ik, als moeder, Hem stelde - waarom Hij mij zo verliet - zei ik niets anders. En evenzo hield ik Hem niet tegen, toen Hij mij verliet om de Meester te worden... en ik was al weduwe van mijn man, en dus alleen,  in een stad die, op een paar mensen na, niet van mij hield. En toonde ik geen verbazing over Zijn ant...

Voorzienigheid bestaat, rijken zijn er díenaren van

Afbeelding
453.4 Maria Valtorta: 'Jullie vertelden Mij dat je in de Allerhoogste Heer gelooft en de Wet naleeft, dat je de Profeten en de boeken der Wijsheid kent. Jullie vertelde Mij dat jullie in Mij geloven en verlangen naar Mijn leer... Maar dan moeten jullie je hart goed maken, want God is Liefde en schrijft liefde voor, want de Wet is Liefde, want de Profeten en de boeken der Wijsheid bevelen Liefde aan, en Mijn leer is een leer van Liefde. Offers en gebeden zijn tevergeefs als hun fundament en altaar niet de Liefde voor de naaste zijn, vooral voor de armen en behoeftigen, aan wie je alle vormen van liefde kunt geven met brood, een bed, kleding, met troost en onderwijs, met hen tot God te leiden. Armoede, door de vernedering, zorgt ervoor dat de geest dat geloof in de Voorzienigheid verliest dat heilzaam is om de beproevingen van het leven te doorstaan. Hoe kun je van de armen verwachten dat ze altijd goed, geduldig en vroom zijn, wanneer ze zien dat zij die de begunstigden van het leve...

Judas, fel tegensputterend, moet Esthers zoon ophalen

Afbeelding
445.15 Maria Valtorta: '"Judas van Simon, neem Jozef mee en ga naar Nazareth! Breng Samuel voor mij naar Kafarnaüm!" "Ik? Waarom ik?" "Omdat jij niet moe bent. De anderen wel. Zij hebben lang gelopen, terwijl jij rustte..." "Ik heb ook gelopen. Ik was in Nazareth naar Jou op zoek. Je moeder kan Je dat vertellen." "Je reisgenoten zijn elke zaterdag in Nazareth geweest, en komen nu terug van een lange reis.  Ga en maak geen ruzie!..." "Het is alleen dat...  Ze houden niet van mij in Nazareth... Waarom stuur Je mij?" "Ze houden ook niet van Mij, en toch ga Ik naar Nazareth.  Je hoeft niet geliefd te zijn om ergens heen te gaan. Ga en maak geen ruzie, Ik herhaal het nog eens!" "Meester... ik ben bang voor waanzinnigen..." "Die man is overmand door wroeging, maar hij is niet waanzinnig!" "Je moeder zei dat..." "En Ik zeg jou voor de derde keer: ga en maak geen ruzie!  Het kan jou all...

liefde voor God en naaste zijn één

Afbeelding
444.3 Maria Valtorta: '"Jullie worden gevormd in deze naastenliefde, die het tweede deel vormt van het fundamentele Gebod van Gods Wet, maar die in Israël in werkelijkheid heel erg in verwaarlozing is geraakt. De vele voorschriften, de details die volgden op de lineaire en complete, maar toch beknopte, Wet van de Sinaï, hebben het eerste deel van het fundamentele Gebod vervormd en het gereduceerd tot een massa uiterlijke riten, die datgene missen wat hen kracht, waarde en waarheid geeft: namelijk, de actieve verbondenheid van je innerlijk, met de werken die je verricht, met de verleidingen die je overwint, met de vormen van uiterlijke aanbidding. Welke waarde kan de pronkzucht van aanbidding hebben in de ogen van God, wanneer het hart God niet liefheeft, zich niet vernietigt in eerbiedige liefde voor God, wanneer het Hem niet prijst en bewondert, door de dingen die Hij heeft gemaakt lief te hebben, en in de eerste plaats de mens, die het meesterwerk is van de aardse schepping?...

sabbat in tuin van Nazareth: lieflijk onderricht door zowel Jezus als Maria

Afbeelding
CDXXXVI PRIJS VOOR VERLOSSING GEOPENBAARD AAN APOSTELEN -DISCIPELEN IN DE TUIN VAN NAZARETH- -Maagd in de Rozentuin (Meester van H. Lucia-legende)- 436.1 Maria Valtorta: 'En de sabbat duurt voort, de wáre sabbat. In de prachtige ochtend, terwijl de lucht nog niet zwaar is van de hitte, is het heerlijk om in het broederlijke, vredige gezelschap te zitten onder de schaduwrijke pergola, of waar de appelboom, de vijgenboom en de amandelboom schaduwplekken bieden, die de schaduw van de pergola waar de druiven rijpen, verlengen.  En het is heerlijk om heen en weer te wandelen over de paden tussen de bloemperken, van de bijenkorf naar het duivenhok, vandaar naar de kleine grot, en dan, achter de vrouwen langs (langs Maria, Maria Klopas, de schoondochter van deze laatste: Salome van Simon, en Aurea) naar de paar olijfbomen die van de richel over de stille tuin hangen. En precies dat is wat Jezus en Zijn volgelingen, Maria en de andere vrouwen doen. En Jezus onderwijst, ook zonder het te wi...

moet Aurea echt aan Valeria worden toevertrouwd? - zelf nog een heiden

Afbeelding
427.6 Maria Valtorta: '"Maar nu breekt ze door. Laten we gaan... Zie je, Nathanaël, dat het makkelijk is om over God te spreken tot lege afgronden?...  Je hebt heel goed gesproken! Het meisje zal snel gevormd worden in de Waarheid...  Ga naar voren, bij Mijn neven, Aurea..." Het meisje gehoorzaamt, maar met angst.  Ze zou liever bij Bartholomeüs blijven, die het begrijpt en belooft:  "Ik kom ook meteen. Ga, gehoorzaam..." Hij blijft bij Jezus, Petrus, Simon en Mattheüs en merkt op:  "Het is jammer dat Valeria haar bij zich houdt. Die is nog steeds een heiden..." "Ik kan haar niet aan Lazarus opdringen..." "Er is ook Nike , Meester!" zegt Mattheüs. "En Elise ..." zegt Petrus. "En Johanna ... Zij is een vriendin van Valeria, en Valeria zou haar zeker graag aan haar afstaan! Ze zou in een goed gezin terechtkomen!" zegt de Zeloot. Jezus denkt na en zwijgt... "Doe Jij het...  Ik ga naar het meisje, dat altijd ac...

Ennius' 'bruidje' zal worden overgedragen aan Maria

Afbeelding
-H. Maagd met links H. Aurea (Lippo Vanni, zelfde als Aurea Galla?) - 426.14 Maria Valtorta: 'Lidia pakt het meisje bij de hand en sleept haar bijna voor Jezus.  Ze legt uit: "Ze kent weinig Latijnse woorden en nog minder Joodse...  Een wild beestje... Een louter lustobject." En tegen het meisje:  "Wees niet bang. Zeg 'dankuwel'. Hij is degene die jou gered heeft...  Kniel neer. Kus Zijn voeten. Sta op! Beef niet!... Vergeef me, Meester!  Ze is doodsbang door de laatste strelingen van die dronken Ennius..." "Arm schepsel!" zegt Jezus,  terwijl Hij Zijn hand op het gesluierde hoofd van het meisje legt.  "Wees niet bang! Ik neem je mee naar mijn Moeder. Naar een Moeder, begrijp je?  En je zult veel goede broers om je heen hebben... Wees niet bang, Mijn dochter!" Wat is er in Jezus' stem en in Zijn blik?  Alles is er: vrede, veiligheid, zuiverheid, heilige liefde.  Het meisje hoort Hem, trekt haar kapmantel terug om beter te kunnen k...

boer Daniël, verwant van Hilkia, herkent Messias wel

Afbeelding
-Angelus (Millet)- 414.4 M. Valtorta: '"Maar weet U dan niet dat U met geleerden en met leden van het Sanhedrin spreekt?" vraagt ​​Hilkia. "En wat dan nog? Jullie stellen Mij ​​vragen. Ik geef antwoord. Jullie tonen een verlangen om te weten. Ik leg je de waarheid uit. U wil Mij toch ​​niet herinneren, u die voor een ontwerp op een kledingstuk de vloek van Deuteronomium in herinnering bracht,  aan een andere vervloeking uit dezelfde passage: 'Vervloekt wie zijn naaste heimelijk neerslaat.' [ Deut.27:24 ] " "Ik sla U niet neer, ik geef U te eten." "Nee. Maar die verraderlijke vragen, zijn als slagen in de rug. Wees voorzichtig, Hilkia. Want Gods vervloekingen volgen elkaar op, en de vloek die Ik noemde wordt nog gevolgd door de volgende: 'Vervloekt wie steekpenningen aanneemt om onschuldig bloed te vergieten.'  [ Deut.27:25 ] " "In dit geval, bent U het, mijn gast, die geschenken aanneemt." "Ik veroordeel niet ee...

Petrus blij: híj was het, die Jezus vrolijk maakte

Afbeelding
412.4 Maria Valtorta: 'De reis gaat verder, ondanks de hitte, omdat de vallei bestaat uit een aaneenschakeling van bomen die schaduw geven. Na enige tijd versnelt Petrus zijn pas en bereikt de Meester. Hij roept zachtjes: "Mijn Meester!" "Mijn Petrus!" "Zal ik Jou tot last zijn als ik met Je meeloop?" "Nee, Mijn vriend. Wat is er zo dringend dat je Mij wil vertellen, dat je bij je Meester wil komen?..." "Eén vraag... Meester, ik ben een nieuwsgierig man..." "Welnu?" Jezus glimlacht, terwijl Hij naar Zijn apostel kijkt. "En ik wil graag zoveel dingen weten..." "Dat is een zwakte, Mijn Petrus." "Ik weet het... Maar ik denk niet dat het deze keer een fout is! Als ik slechte dingen, ondeugende dingen wilde weten, om degenen die ze begaan te kunnen bekritiseren,  oei! dan zou het een fout zijn. Maar Je ziet, ik heb Je niet gevraagd of Judas iets te maken had met de roeping naar Battir, en waarom......

Jezus legt verschil uit tussen insect en mens

Afbeelding
411.2 Maria Valtorta: 'De zon wordt steeds heter. De oogsters stoppen met werken, en degenen die dicht bij huis wonen, keren terug naar huis. Degenen die verder weg wonen, verzamelen zich in de schaduw van de bomen en rusten daar uit, eten en dommelen. Ook Jezus zoekt Zijn toevlucht in een dicht bos op het platteland, en zittend in het gras,  nadat Hij gebeden heeft en het schamele voedsel van brood, kaas en olijven geofferd, deelt Hij de porties uit, en eet, terwijl Hij met Zijn volgelingen praat. Er is schaduw en koelte, en een grote stilte. De stilte van zonnige zomeruren. Stilte die uitnodigt tot slapen. En de meeste mensen dommelen inderdaad in na het eten. Jezus niet. Hij rust uit, leunend tegen een boom,  en ondertussen kijkt Hij naar de bedrijvigheid van de insecten op de bloemen. Op een bepaald moment wenkt Hij Johannes, Judas Iskariot, en een van de oudsten, die Hij Bartholomeüs noemt, en nadat Hij hen bijeen heeft geroepen, zegt Hij: "Maar kijk eens wat dit insectje...

geloof redt - ook wie geloofde vóór Jezus kwam

Afbeelding
390.7 Maria Valtorta: '"Luisteren jullie nu! Wat is geloof?... Net als een hard palmzaadje, is het soms klein, bestaande uit een kort zinnetje: 'God bestaat,' gevoed door één enkele bewering: 'Ik heb Hem gezien!' Net zoals Abrahams geloof in Mij gevoed werd door de woorden van de drie wijzen uit het Oosten. Net zoals het geloof van ons volk, van de meest verre voorouders, doorgegeven aan elkaar, van Adam tot het nageslacht... van Adam, een zondaar... maar die geloofd werd toen hij zei: 'God bestaat, en wij bestaan, want Hij heeft ons geschapen, en ik heb Hem gekend.' Net zoals dat geloof, dat later kwam, en dat onze erfenis is, steeds volmaakter omdat het steeds meer geopenbaard werd, stralend van goddelijke manifestaties, van engelachtige verschijningen, van lichten van de Geest. Maar nog altijd kleine zaadjes, vergeleken met het Oneindige. Kleine zaadjes... Maar door wortel te schieten, door de harde schil van het dierlijke te breken, met zijn twijfel...

zorg voor Elia toevertrouwd aan Nike (Veronica) 5

Afbeelding
-Semana Santa in Elche (Spanje)- 382.7 Maria Valtorta: '"Maar waarom bent u nu verdrietig? En waarom huilt u?" "Omdat ik in Uw woorden een voorgevoel van de dood voel... Zal ik U zo snel verliezen, Heer?" Nike huilt in haar sluier. "Niet huilen! Er zal zoveel vrede voor Mij zijn, daarna... Geen haat meer. Geen hinderlagen meer. Niet al deze... verschrikkingen van de zonde die Mij overkomen, Mij omringen... Geen afschuwelijke nabijheid meer...  O! Niet huilen, Nike! Uw Redder zal vrede hebben.  Hij zal overwinnen..." "Maar daarvoor... maar daarvoor...  Mijn man en ik lazen altijd de profeten...  En we beefden van afschuw bij de woorden van David en Jesaja...  Maar zal het voor U werkelijk zo zijn?" "Zo en erger..." "O!... Wie zal U dan verlichting geven? Wie zal U laten sterven met... nog hoop?" "De liefde van de discipelen. En vooral van de trouwe, vrouwelijke discipelen." "Dan ook de mijne! Want ik zal voor...

zorg voor Elia toevertrouwd aan Nike (Veronica) 4

Afbeelding
-Bezoek aan kluizenaar- 382.6 M. Valtorta: 'Het avondmaal moet hebben plaatsgevonden. Het is nacht.  Zware dauw valt, kletterend van de dakrand op de wijnbladeren.  Ongelooflijke sterren aan de hemel.  Een ontelbaar aantal sterren, verloren in je blik.  Het getjilp van krekels en nachtvogels,  en de stilte van het platteland. De apostelen zijn al gaan slapen. Maar Nike is opgestaan ​​en luistert naar de Meester.  Hij zit stijfjes op een stenen bank tegen het huis.  De vrouw staat voor Hem, in een houding van aandachtig respect. Jezus moet een al begonnen conversatie afmaken, zeggende: "Ja. Uw observatie klopt.  Maar Ik was er zeker van dat de boeteling, of liever de 'wedergeborene',  de hulp van de Heer niet zou ontberen. En terwijl we aten, en u vragen stelde terwijl u bediende, bedacht ik dat u die hulp was... U zei: 'Ik kan u alleen maar voor korte perioden volgen, omdat er op het huis en de nieuwe bedienden moet worden gepast.' En u had d...

Martha's verwijt, Jezus' repliek

Afbeelding
-Martha en Maria (Joachim Beuckelaer)- 377.5 M. Valtorta: 'Martha komt buiten adem aangelopen: "Ben jij er nog, Maria? En ik heb het zo druk!... De tijd vliegt. De gasten komen zo, en er is zoveel te doen. De dienstmeisjes bakken brood, de mannen villen en bereiden het vlees. Ik maak de borden, de tafels en de drankjes klaar. Maar ik moet nog het fruit plukken en de munt en het honingwater klaarmaken..." Maria luistert nauwelijks naar de klachten van haar zus. Met een zalige glimlach blijft ze Jezus aankijken, zonder van haar plek te komen. Martha roept Jezus om hulp: "Meester, kijk eens hoe heet ik het heb. Vind Jij het wel goed dat ik de enige ben die de klusjes doet? Zeg haar dat ze me moet helpen!" Martha maakt zich echt zorgen. Jezus kijkt haar aan met een glimlach die half lief, half een beetje ironisch is  – of liever gezegd, speels. Martha wordt een beetje bezorgd: "Ik meen het, Meester.  Kijk naar haar, wat een luiheid terwijl ik werk.  En hier zie...

Judas vraagt om tijdje bij Maria te mogen wonen 2

Afbeelding
262.6 Maria Valtorta: '"Ik... ik voel me erg onrustig. Ik heb een vreselijk karakter, Maria. Ik weet niet wat er in mijn bloed en hart zit... Soms weet ik niet meer hoe het te beheersen... en dan doe ik de vreemdste dingen... en de meest kwaadaardige." "Ook met Jezus dichtbij, kun je geen weerstand bieden aan wie je in de verleiding brengt?" "Ook dan niet. En ik lijd eronder, geloof me. Maar zo is het nu eenmaal. Ik ben een ongelukkige." "Ik zal voor je bidden, Judas." "Dat is niet genoeg." "Ik zal de rechtschapenen laten bidden, zonder te zeggen voor wie er gebeden wordt." "Dat is niet genoeg." "Ik zal de kinderen laten bidden. Er zijn er zo veel die naar mij toe komen, naar mijn tuin, als kleine vogeltjes die op zoek zijn naar graan. En het graan zijn dan de strelingen en de woorden die ik hun geef. Ik spreek over God... En zij, onschuldig, verkiezen dit boven spelletjes en sprookjes... Kindergebeden zijn ...

Jezus wil tijdlang in Kafarnaüm prediken - wie Hem horen wil, moet zelf komen

Afbeelding
- synagoge van Kafarnaüm - 262.2 M. Valtorta: 'De kamer op de begane grond is koel en schaduwrijk, ruim als ze is, en open naar de voor- en achterkant van het huis, met twee deuren die in de schaduw liggen, de ene van een machtige vijgenboom, de andere van een hoge haag met stervormige bloemen, een soort zonnebloem qua vorm, maar met een minder gigantische bloemkroon. Een smaragdgroen licht valt zo de grote kamer binnen, wat de ogen vermoeid van de intense zon aanzienlijk verlicht. In de grote kamer staan ​​banken en tafels, waaraan de vrouwen wellicht spinnen en weven, en de mannen landbouwwerktuigen repareren, of voorraden meel en fruit opslaan, zoals blijkt uit de balken vol haken en consoletafels, evenals de lange kisten langs de muren. Glanzende vlas- of hennepvlechten hangen losjes langs de witgekalkte muur, en een felrood doek, gespannen op een onbedekt weefgetouw, lijkt de hele kamer op te fleuren, met zijn vrolijke, pompeuze kleur. De vrouw des huizes keert terug, nadat ze...

afscheid van Magdalena, Martha, Noemi en Syntyche - met zegen van Maria en Jezus

Afbeelding
-Carruca Dormitoria- 255.7 Maria Valtorta: '"Zie, Jezus is nu nabij!" zegt Maria. "Het is tijd om afscheid te nemen, dochters. Ik zegen jullie allemaal in de naam van de Heer. Ga in vrede, en breng vrede en vreugde aan Lazarus! Vaarwel, Magdalena ! Denk eraan dat jij je eerste blije tranen aan mijn borst hebt gehuild. Daarom ben ik je moeder, want een kind huilt z'n eerste kreet aan de borst van zijn moeder. Ik ben je moeder en zal dat altijd blijven. Wat je ook moeilijk vindt om te zeggen, zelfs tegen je liefste zussen, tegen je meest liefdevolle voedster... kom en vertel het tegen mij. Ik zal je altijd begrijpen. Ook wat je niet durft te zeggen tegen mijn Jezus, omdat je nog steeds doordrenkt bent van een menselijkheid die Hij niet wil in jou, kóm en vertel het tegen mij. Ik zal altijd medelijden met je hebben. En als je me ook over je overwinningen wilt vertellen, —maar ik geef er de voorkeur aan dat je die aan Hem geeft, als geurige bloemen, want Hij, niet ik...

Syntyche mag mee met koets naar Bethanië

Afbeelding
254.6 Maria Valtorta: '"Ik vraag U - U bent een Jood en weet vast wel waar Hij is - ik vraag U... om mij te leiden naar die Onbekende, die tot slaven spreekt en over de ziel spreekt. Ze hebben me verteld dat Hij arm is. Al zal ik verhongeren, ik wil dicht bij Hem zijn, zodat Hij me kan onderwijzen en me kan opbeuren. Leven met beesten maakt een beest van je, zelfs als je je tegen hen verzet. Ik wil mijn morele waardigheid terugkrijgen!" "Die man, die Onbekende die u zoekt, staat voor jou!" "U?... O Onbekende van de Akropolis, gegroet!" en ze buigt zich voorover tot haar voorhoofd de grond raakt. "Hier kun je niet blijven. Maar Ik ga naar Caesarea..." "Verlaat me niet, Heer!" "Ik zal je niet verlaten... Ik denk even na..." "Meester, ónze wagen staat beslist al op de afgesproken plaats te wachten. Laat hen iets weten. In de wagen zal ze net zo veilig zijn als in ons eigen huis!" stelt Maria Magdalena voor. "O ...

Filistijn was enige die wist te volharden - zelfs goud, eenmaal gevonden, moet nóg bewerkt!

Afbeelding
251.6 Maria Valtorta: 'En dan spreekt Hij alle anderen toe. "Een groep mijnwerkers daalde af in een mijn, waar ze wisten dat er schatten lagen, hoewel diep verborgen in de ingewanden van de aarde. En ze begonnen te graven. Maar de grond was hard, en het werk vermoeiend. Velen werden moe, gooiden hun houwelen neer, en liepen weg. Anderen bespotten de voorman, en bejegenden hem als een dwaas. Weer anderen vervloekten hun lot, het werk, de aarde, het metaal, en sloegen in woede de binnenste wanden van de aarde stuk, waardoor de mijnader in nutteloze kruimels brak, en toen, ziende dat ze schade hadden aangericht i.p.v. winst te maken, vertrokken ook zij, alleen de meest volhardende bleef. Hij bewerkte voorzichtig de lagen taaie aarde om ze te doorboren zonder ze te beschadigen, hij testte, verdiepte, groef... En eindelijk werd een prachtige, kostbare ader blootgelegd. De volharding van de mijnwerker werd beloond, en met het zuivere metaal dat hij had ontdekt, kon hij veel werk vin...