Judas voelt zich (en ook Thomas) misdeeld
210.4
Maria Valtorta:
'"En trouwens, neem me niet kwalijk hè! Jij wilde naar die stinkende grot van Endor, die, moet je toe-geven, geen deel uitmaakte van een... heilig paradijs, vind je niet? En zij komen hierheen, waar naar men zegt het bloed en de as van heiligen liggen. Endor bracht ons Johannes, wie weet wat..."
"Mooie aanwinst, Johannes!" grapt Iskariot.
"In zijn gezicht, niet nee. Maar in zijn ziel is hij misschien beter dan wij."
"Die zeker? Met dát verleden!"
"Hou je mond. De Meester zei dat we daar niet mochten aan terugdenken."
"Komt goed uit! Ik zou wel eens willen zien, als ik iets soortgelijks deed, of jullie je dat niet zou den herinneren!"
"Tot ziens, Judas. Het is beter dat jij alleen blijft. Je bent te rusteloos. Als je maar wist wat er mis is met jou!"
"Wat er mis is met mij, Thomas? Ik zie dat wij verwaarloosd worden ten gunste van de eersten die kwamen. Ik zie dat iedereen wordt verkozen boven mij. Ik merk dat er gewacht wordt tot ik afwezig ben om te leren hoe te bidden. En jij verwacht dat ik daar blij mee ben?"
"Dat is niet prettig, nee. Maar ik wijs je erop, dat als jij met ons mee was gegaan naar het Pesachmaal, jij er ook bij zou zijn geweest op de Olijfberg, toen de Meester ons het bidden leerde. Noch zie ik in waar wij zouden zijn verwaarloosd door de eerstgekomenen. Waarom is dat arme onschuldige kind hier, volgens jou? Of waarom die ongelukkige Johannes?"
"Door de ene, en door de andere. Jezus spreekt nauwelijks meer tot ons. Kijk Hem ook nú... daar is Hij, tijd verdoend, pratend, pratend, met het kind. Hij moet nog lang wachten voor Hij hem tot een van zijn discipelen kan maken! En die ander zal dat trouwens nooit worden: te trots, te beschaafd, te verhard en vol slechte neigingen. En toch: 'Johannes hier, Johannes daar'..."
"Vader Abraham, help mij mijn geduld bewaren!!!
En hoe komt het, denk je, dat de Meester iemand boven jou verkiest?"
"Maar zie je het nu nog niet?
Als het tijd was om Bethzur te verlaten,
na een tussenstop om drie herders te onderwijzen die Isaak makkelijk had kunnen onderwijzen,
wie laat hij dan achter bij Zijn Moeder? Mij, jou? Nee. Hij laat Simon achter.
Een oude man die nauwelijks wat zegt!..."
"Maar wát hij zegt, zegt hij altijd goed," antwoordt Thomas, nu alleen met hem,
want de vrouwen die Andreas vergezelden, hebben zich van hen gescheiden,
en lopen snel verder alsof ze een stuk van de weg willen ontvluchten,
helemaal met zon overgoten.'
Reacties
Een reactie posten