de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel
221.5
M. Valtorta:
'"Het lijkt dat eeuwen van dwaling de aandrift van de geest heeft veranderd.
Maar dat is niet het geval.
De dwaling benevelt het verstand.
Omdat het verstand versmolten is met het vlees,
en de invloed ondergaat van het gif dat Satan in de dier-mens heeft ingespoten.
En net zo kan de dwaling het hart benevelen.
Omdat ook dat geënt is op het vlees, en aangetast wordt door de gifstoffen erin.
De drievoudige begeerte knaagt
aan de zintuigen, de gevoelens en de gedachten.
Maar de geest is niet geïmplanteerd in het vlees.
Hij kan verbijsterd, van zijn stuk gebracht worden
door de opdoffers die Satan en de lusten uitdelen.
Hij kan vrijwel verblind worden door de vleselijke bolwerken
en de spatten van het kokende bloed van het mens-dier waarin hij werd geïnfuseerd.
Maar zijn verlangen naar de hemel, naar God, is niet veranderd.
Dat kán niet veranderen.
Zie je het zuivere water van deze stroom?
Het daalde neer uit de hemel en zal terugkeren naar de hemel,
door de verdamping van het water,
onder de wind en de zon.
Het daalt en stijgt weer op.
Het element wordt niet verbruikt,
maar keert terug naar zijn oorsprong.
De geest keert terug naar zijn oorsprong.
Dit water, hier tussen de rotsen...
als het woorden had, zou je vertellen...
dat het verlangt terug te keren naar de hoogten,
om door de wind gedragen te worden over de prachtige velden van het firmament,
zacht, wit of roze bij zonsopgang, of gloeiend koper bij zonsondergang,
of paars als een viooltje in de al met sterren gevulde schemering.
Het zou je vertellen
dat het een zeefdoek zou willen zijn voor de sterren
-die door de cirruswolken heen piepen om de mensen te herinneren aan de hemel-
of als een sluier voor de maan,
zodat zij de lelijkheden van de nacht niet hoeft te zien...
liever dan hier te zijn,
gevangen tussen de oevers,
gevaar lopend om in modder te veranderen,
gedwongen om het paren te ervaren van slangen en van kikkers,
terwijl het zo dol is op de eenzame vrijheid van het luchtruim.
Ook onze geesten,
als ze zouden durven spreken,
zouden allemaal hetzelfde zeggen:
"Geef ons God! Geef ons de Waarheid!"
Maar ze zeggen het niet,
omdat ze weten dat de mens haar niet hoort, niet begrijpt of bespot:
de smeekbede van de 'grote bedelaars',
van de geesten die God zoeken
uit - verschrikkelijke - honger.
Honger naar Waarheid."'
Reacties
Een reactie posten