familie van karavaanleider raakte (in ballingschap) geloof kwijt
286.5
Maria Valtorta:
'...Tijdens de lange oktoberavond,
allen verzameld in een grote kamer van de herberg,
wachten de pelgrims om naar bed te gaan.
In een hoek, helemaal alleen,
zit de koopman verdiept in zijn boekhouding.
In de tegenoverliggende hoek, zit Jezus met Zijn gevolg.
Er zijn geen andere gasten.
Uit de stallen klinkt geblaat, gehinnik en geblèèr,
wat erop wijst dat er andere mensen aanwezig zijn in de herberg.
Maar misschien liggen die al in bed.
Margziam is in slaap gevallen in de armen van de Madonna,
plotseling vergetend... dat hij "een man" is.
Petrus dommelt, en hij is niet de enige.
De fluisterende oude vrouwen zijn ook half in slaap, en stil.
Jezus, Maria, de zussen van Lazarus, Syntyche,
Simon de Zeloot, Johannes en neef Judas
zijn klaarwakker.
Syntyche rommelt in de zak van Johannes van Endor, alsof ze iets zoekt.
Maar dan verkiest ze dichter bij de anderen te komen, en te luisteren naar Judas van Alfeüs,
die spreekt over de gevolgen van de Babylonische ballingschap, en die besluit:
"...en misschien is die man nog steeds een gevolg daarvan.
Elke ballingschap is een verwoesting..."
Syntyche knikt onwillekeurig, maar zegt niets,
en Judas van Alfeüs maakt het af:
"Maar het is vreemd dat men zich zo gemakkelijk kan ontdoen van wat
een schat is van eeuwen, om volledig nieuw te worden, vooral in deze zaken van geloof,
en dan nog een geloof zoals het onze..."
Jezus antwoordt: "Je hoeft je daarover niet te verbazen,
als je - in de schoot van Israël - nog maar naar Samaria kijkt."'
Reacties
Een reactie posten