échte Tien Geboden leren kennen


-Mozes ontvangt Tien Geboden van God (Gebhard Fugel)-

288.4

M. Valtorta:

'"Hoe wordt het Koninkrijk van God gevestigd

in de wereld en in de harten?


Door terug te keren naar de Mozaïsche Wet,

of door haar exact te kennen als men er nog onwetend over is.

En bovenal: door de Wet volledig toe te passen op jezelf,

in elke gebeurtenis en op ieder moment van je leven.


Wat is deze Wet?

Iets zo strengs dat het onuitvoerbaar is? Nee.

Het is een reeks van tien heilige en eenvoudige voorschriften,

die zelfs de moreel goede, werkelijk goede, mens zich verplicht voelt na te leven,

zelfs als hij begraven ligt onder de dichte begroeiing van de meest ondoordringbare wouden

van het mysterieuze Afrika.


Er staat:

1 Ik ben de Heer, jouw God,

en er is geen andere God naast Mij.

2 Misbruik de Naam van God niet.

3 Houd de Sabbat in ere, zoals God geboden heeft,

en zoals de mens nodig heeft.

4 Eer je vader en moeder, als je lang wilt leven,

en het goed wilt hebben, op aarde en in de hemel.

5 Pleeg geen moord.

6 Steel niet.

7 Pleeg geen overspel.

8 Leg geen valse getuigenis af tegen je naaste.

9 Begeer de vrouw van een ander niet.

10 Wees niet jaloers op andermans bezit.


(Alex Levin)


1 Ik ben de Heer, jouw God,

en er is geen andere God naast Mij.

Welke mens, die een goed hart heeft, zelfs al is hij een wilde,

die, als hij alles om zich heen bekijkt, niet bij zichzelf zegt:

'Uit zichzelf had dit alles niet kunnen ontstaan.

Daarom is er Eén, machtiger dan de natuur en de mens zelf,

die dit alles heeft geschapen'...?


2 Misbruik de Naam van God niet.

Welke mens... die niet deze Machtige aanbidt,

wiens Allerheiligste Naam hij kent, of niet kent,

maar van Wie hij het bestaan aan​​voelt?

En die niet zo'n eerbied voor Hem heeft,

- wanneer hij de naam uitspreekt die Hij hem gegeven heeft,

of die men hem heeft leren uitspreken om Hem te benoemen -

dat hij beeft van eerbied en aanvoelt dat hij bidt

alleen al door Hem met eerbied te noemen?

Want het is immers bidden,

de Naam van God uitspreken,

met de intentie Hem te aanbidden,

of Hem bekend te maken

bij mensen die Hem nog niet kennen.


3 Houd de Sabbat in ere, zoals God geboden heeft, 

en zoals de mens nodig heeft.

Zo ook voelt ieder mens, alleen al uit morele wijsheid,

dat hij zijn ledematen rust moet geven,

opdat ze het zouden volhouden

zolang het leven duurt.

Des te meer reden heeft de mens die de God van Israël,

de Schepper en Heer van het universum, wel kent,

om deze dierlijke rust aan de Heer te wijden,

om niet gelijk te zijn aan die vermoeide ezel daar,

die op zijn strobed rust en graan kauwt

tussen zijn sterke tanden.


4 Eer je vader en moeder, als je lang wilt leven,

en het goed wilt hebben, op aarde en in de hemel.

Ook het bloed schreeuwt om liefde voor hen uit wie men is voortgekomen,

en we zien het ook in dat ezelsveulen, dat daar balkend zijn moeder tegemoet rent

die terugkomt van de markt. Hij speelde in de kudde, hij zag haar,

hij herinnert zich dat hij door haar gezoogd werd en liefdevol gelikt,

beschermd en verwarmd door zijn moeder, en zien jullie dat?

Hij wrijft met zijn tere neusgaten tegen haar nek

en bokt van vreugde, en wrijft zijn jonge rug

tegen de flank die hem gebaard heeft.

Je ouders liefhebben is zowel een plicht als een vreugde.

En er is geen dier dat niet van zijn verwekker houdt.

Wat? Zal de mens verdorvener zijn dan de worm

die in de modder van de aarde leeft?


5 Pleeg geen moord.

Een moreel goed mens doodt niet.

Geweld doet hem walgen.

Hij voelt het niet juist om iemands leven te nemen.

Dat alleen God, die het leven heeft gegeven, het recht heeft om het te nemen.

En hij mijdt moord.


6 Steel niet.

Evenmin profiteert de moreel gezonde mens van andermans bezittingen.

Hij verkiest brood, gegeten met een zuiver geweten bij een zilverachtige bron,

boven een sappig gebraden stuk vlees dat de gestolen vrucht is van een diefstal.

Hij verkiest slapen op de grond met zijn hoofd op een steen en de vriendelijke sterren boven hem,

die vrede en troost schenken aan een eerlijk geweten,

boven een onrustige slaap in een gestolen bed.


7 Pleeg geen overspel.

En als hij moreel integer is,

is hij niet hebzuchtig naar meer vrouwen dan de zijne,

en gaat hij niet lafhartig en onrein in andermans bed liggen.

Maar in de vrouw van zijn vriend ziet hij een zus,

en hij heeft geen blikken of verlangens naar haar

anders dan die hij voor zijn zus heeft.


8 Leg geen valse getuigenis af tegen je naaste.

De rechtgeaarde ziel, ook al is hij van nature rechtschapen,

zonder andere kennis van het Goede dan die voortkomt uit zijn goede geweten,

staat zichzelf nooit toe te getuigen wat niet waar is,

want dat lijkt hem gelijk aan moord en diefstal,

en dat is het ook.


9 Begeer de vrouw van een ander niet.

Maar hij heeft eerlijke lippen,

evenals een eerlijk hart, en daarmee eerlijke blikken,

zodat hij niet naar de vrouwen van anderen verlangt.

Hij verlangt zelfs niet, omdat hij beseft dat lust

de eerste aansporing tot zonde is.


10 Wees niet jaloers op andermans bezit.

En hij is niet jaloers. Omdat hij goed is.

Een goed iemand is nooit jaloers.

Hij heeft vrede met zijn lot."'


27 sept.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Jezus gaat naar Samaria - 2e jaar begint - nu Redder (meer dan Leermeester) - Barmhartigheid uitbreiden!

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken