veerman Salomo schenkt zijn huisje weg - Judas ziet er het nut niet van in

CCLXXXIV

HET HUISJE GESCHONKEN DOOR SALOMO

-VIER APOSTELEN BLIJVEN IN JUDEA-

284.1

M. Valtorta:

'Jezus keert met de apostelen terug van een apostolische uitstap in de buurt van Bethanië.

Het moet een korte reis zijn geweest, want ze hebben niet eens voedseltassen bij zich.

Ze praten met elkaar. 


Ze zeggen: 

"Dat was een goed idee van Salomo de veerman, niet Meester?"

"Ja, mooie gedachte!"


Uiteraard is Iskariot het daar niet mee eens:

"Ik zie er niet veel goeds in. Hij gaf ons wat hij, als discipel, niet meer nodig heeft.

Daar valt niks over op te scheppen..."


"Een huis is altijd nuttig," zegt de Zeloot ernstig.

"Was het maar zoals dat van jou. Maar wat is het? Een ongezonde hut."

"Dat is alles wat Salomo heeft," antwoordt de Zeloot.

"En net zoals hij daar oud kon worden zonder kwalen, kunnen wij daar ook van tijd tot tijd verblijven. Wat willen jij? Allemaal huizen zoals dat van Lazarus?" voegt Petrus eraan toe.

"Ik wil hemelaa niets. Ik zie het nut van deze gave niet. Als je daar bent, kun je net zo goed in Jericho verblijven. Dat ligt er maar enkele stadiën vandaan. En voor mensen zoals wij, die net als vervolgden gedwongen worden voortdurend rond te trekken, wat zijn een paar stadia dan?"

Jezus grijpt in voordat het geduld van de anderen opraakt,

zoals duidelijke tekenen Hem al te kennen geven.


"Salomo heeft, naar verhouding tot zijn rijkdom, meer gegeven dan wie ook.

Want hij gaf alles. Hij gaf het uit liefde. Hij gaf het om ons onderdak te bieden,

als het regent in dat onherbergzame gebied, of wanneer het er overstroomt,

en vooral voor het geval de Joodse boosaardigheid zo sterk zou worden

dat ze ons aanraadt de rivier tussen ons in te plaatsen.

Dit voor wat de gift betreft.


Dat een discipel, nederig en onbehouwen,

maar toch zo trouw en bereidwillig, deze vrijgevigheid heeft kunnen betonen, 

die in hem de duidelijke wil openbaart om voor altijd Mijn discipel te zijn,

vervult Mij met grote vreugde.


Voorwaar, Ik zie dat véle discipelen,

met het weinige dat zij van Mij hebben geleerd,

jullie, die zoveel hebben geleerd, hebben overtroffen.

Jullie - en jij vooral - weten Mij zelfs niet dat te offeren wat je niets kost:

je persoonlijke oordeel. Dat van jou blijft hard, onbuigzaam, keer op keer.


"Jij hebt gezegd dat de strijd tegen jezelf de meest kostbare is..."

"En daarmee wil je zeggen dat Ik ongelijk heb, als ik zeg dat het jou niets kost. Klopt dat?

Maar jij begrijpt heel goed wat Ik bedoel!

Voor de mens, en eerlijk gezegd, jij bent werkelijk een méns,

heeft alleen dat wat verhandelbaar is waarde.

Het zelf kan niet worden verhandeld voor de prijs van geld.

Tenzij... tenzij men zichzelf aan iemand verkoopt in de hoop op winst.

Een ruilhandel, vergelijkbaar met die die de ziel met Satan aangaat, zelfs nog uitgebreider.

Want naast de ziel omvat hij ook het denken, het oordeel, of de vrijheid van de mens,

noem het zoals je wil. Er zijn er, zulke ongelukkigen...

Maar laten we daar nu even niet aan denken.

Ik heb Salomo geprezen, omdat Ik al het goede zie in zijn daden.

En zo is het genoeg."'


23 sept.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd